CIA-agenten in Afghanistan organiseerden eind december een verjaardagsfeestje voor een spion die hen zou helpen in de strijd tegen Al-Qaeda. Er stond zelfs een verjaardagstaart op hem te wachten. Maar vlak voor zij hun gouden bron konden ondervragen, liet hij een krachtig explosief afgaan waarmee hij zichzelf en zeven CIA-agenten doodde.

Humam Khalil Abu-Mulal al-Balawi, een 36-jarige arts die door de Jordaanse geheime dienst was gerekruteerd, was in feite een dubbelspion. Zijn aanslag op de Afghaanse CIA-basis was een van de dodelijkste in de geschiedenis van de Amerikaanse inlichtingendienst.

Het verslag van de organisatie van een verjaardagsfeestje is de jongste aanwijzing dat CIA-agenten de Jordaniër vertrouwden en belangrijke informatie van hem hoopten te krijgen. Huidige en voormalige medewerkers van de dienst bevestigen de gebeurtenissen.

De zelfmoordaanslag betekende niet alleen een verzwakking van de Amerikaanse inlichtingenoperaties in Afghanistan, het voorval riep tevens de vraag op of die gevoelens van blijdschap en vertrouwen er bij de CIA-agenten niet toe had geleid dat er te onzorgvuldig, en daardoor te onveilig, gehandeld werd.

CIA-directeur Leon Panetta heeft het onzorgvuldig naleven van veiligheidsmaatregelen als reden voor de aanslag altijd weggewuifd, maar het blijft wel onduidelijk waarom zoveel personen zich in de nabije omgeving van Al-Balawi ophielden op het moment dat zijn bomgordel ontplofte.

Taart niet ongebruikelijk

Het is niet ongebruikelijk dat CIA-agenten kleine giften, zoals een verjaardagstaart, aanbieden aan informanten. Dergelijke gebaren verlichten het gemoed en nemen de druk weg, die vaak op wederzijdse ontmoetingen staat. Bovendien is het een teken voor de informant dat hij als belangrijk wordt gezien.

‘Normaal gesproken doe je dat echter pas wanneer je een relatie hebt bewerkstelligd’, aldus Bruce Riedel, voormalig medewerker van de CIA en van de Nationale Veiligheidsraad. ‘Het is niet iets wat je doet bij het eerste afspraakje.’

Bovendien zijn zulke vieringen altijd discreet, kleine gebeurtenissen waarbij één of twee agenten betrokken zijn. In dit geval waren meerdere medewerkers ter plaatse toen Al-Balawi op de basis arriveerde. Zeven werden gedood en zes raakten gewond.

Geschenk van Allah

In een interview dat na zijn dood verscheen, vertelde Al-Balawi dat hij wist dat hij ‘een volledig CIA-team’ zou ontmoeten. Hij zei dat het de bedoeling was dat hij zijn contact bij de Jordaanse inlichtingendienst zou ontvoeren of vermoorden, maar dat de kans om CIA-agenten te vermoorden te verleidelijk was.

‘We hadden iets in voorbereiding, maar kregen een groter geschenk, een geschenk van Allah, die ons, door zijn begeleiding, een waardevolle prooi bood: Amerikanen, en van de CIA’, zei Al-Balawi. ‘Dat was het moment waarop ik er zeker van was dat een martelarengordel de beste manier was om de Jordaanse inlichtingendienst en de CIA een lesje te leren.’

Zijn contacten met de Jordaanse geheimde dienst, een van de meest betrouwbare partners van de CIA in het Midden-Oosten, verschafte hem geloofwaardigheid. Gedacht werd dat hij essentiële informatie had over de nummer 2 van Al-Qaeda, de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri. Bij aankomst op de basis werd hij niet gefouilleerd.

Na de aanslag hoopte de kritiek zich op. Robert Baer, een voormalige hoge CIA-medewerker in het Midden-Oosten, schreef in het tijdschrift GQ dat de hoogste CIA-agent op de basis ‘onjuist gehandeld had’ en nooit had mogen toestaan dat zoveel mensen de bron ontmoetten. ‘Ontmoetingen met informanten moeten altijd plaatsvinden met maar één agent. Altijd.’

CIA-woordvoerder George Little maakte korte metten met de critici die zelf niet meer bij de CIA actief zijn. ‘Ze hebben niet alle feiten op een rij, maar bekritiseren wel diegenen die op 30 december aan de frontlinie stonden, onder wie sommigen die hun leven daarbij verloren. Dat is schandelijk.’