Eenenveertig Servische en Macedonische Albanezen zijn woensdagochtend in Brussel de bus opgestapt voor een vrijwillige repatriëring naar hun thuisland. Ze waren enkele weken geleden naar België gekomen op basis van geruchten dat ze hier onderdak, werk en geld zouden krijgen.

De vluchtelingen komen uit Kumanovo in het noorden van Macedonië en Presevo in het zuiden van Servië. Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid Melchior Wathelet (CDH) was dinsdag samen met premier Leterme (CD&V) in die regio neergestreken om de lokale overheden aan te sporen de bevolking duidelijk te maken dat België geen asiel verleent op basis van economische criteria.

Plaatselijke reisagentschappen tonen daarbij weinig scrupules, maar sommigen suggereren dat ook de lokale functionarissen zich soms 'tolerant' opstellen jegens burgers die hun geluk in België willen beproeven.

Het probleem is in ieder geval geëxplodeerd met de opheffing in december van de Europese visumplicht voor inwoners van Macedonië, Servië en Montenegro. Sindsdien ontving België bijna duizend asielzoekers uit die regio, hoewel ze nauwelijks kans op succes hebben.

Eenenveertig kandidaten zien nu af van hun aanvraag en kiezen voor een kosteloze en vrijwillige terugkeer. Gezien de grote vraag naar vrijwillige repatriëringen vertrekt er volgens de dienst Vreemdelingenzaken het komende weekeinde allicht weer een bus naar de Balkan. Wie vasthoudt aan zijn of haar asielprocedure en uiteindelijk nul op het rekest krijgt, moet de repatriëringskosten wel zelf betalen.