Robert Gesink moest een helse trip ondernemen om tijdig aan de start van de Tirreno-Adriatico te geraken. Door hevige sneeuwval strandde de Nederlandse klimmer gisteren bijna in het station van zijn tijdelijke woonplaats Girona.

Toen Robert Gesink zich vanuit zijn woonplaats Girona naar de luchthaven wou verplaatsen bleek alle verkeer muurvast te zitten. Voor het eerst sinds veertig jaar was er in de straten van de Spaanse stad ten noorden van Barcelona sneeuw gevallen. En nog geen klein beetje. Een sneeuwtapijt van zo’n 25 centimeter ontregelde het verkeer. In de stad was zelfs de stroom uitgevallen. Mensen behielpen er zich met kaarsen en zaklantaarns. Gesink vreesde niet op tijd in het Italiaanse Livorno te geraken voor de start van de Tirreno-Adriatico en belde Rabobank-ploegleider Frans Maasen op. Zijn bevel was duidelijk: ‘zorg dat je toch ze snel mogelijk op een vliegtuig geraakt’.

Makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Normaal neem ik bij het station altijd een taxi, maar nu stond daar geen enkele wagen’, vertelde Gesink. ‘Uiteindelijk kreeg ik een lift van een stewardess van Ryanair. Maar ook deze autorit strandde op zo'n 2,5 kilometer van het vliegveld in de dikke laag sneeuw. Er was maar één mogelijkheid. Te voet verder. Ik had geen keuze.’

Op het vliegveld aangekomen kreeg Gesink het advies om met de bus naar een grotere luchthaven van Barcelona te reizen. ‘Dat was de enige mogelijkheid om nog uit het winterse Catalonië te komen. Maar ook dat werd een hele klus. Onderweg moesten we zigzaggend om zo'n vijftig in de sneeuw gestrande auto’s rijden’, vertelde Gesink. ‘We hadden ruim twee uur nodig om de tachtig kilometer af te leggen. Eenmaal op het vliegveld had ik vrijwel direct een rechtstreekse vlucht naar Pisa, waar ik tien uur nadat ik mijn appartement in Girona had verlaten arriveerde.’