Ondanks alle pogingen van de overheid om de kloof tussen arm en rijk niet te groot te laten worden, blijft de inkomensongelijkheid toenemen. Dat heeft de directie Statistiek van de FOD Economie berekend. Dat schrijft Het Belang Van Limburg.

Om uit te drukken hoe groot de ongelijkheid is tussen inkomens in een bepaalde regio, maken statistici gebruik van de zogeheten Gini-index. Een coëfficiënt van 0 op deze index geeft aan dat er geen ongelijkheid is, of dat iedereen evenveel verdient. Een coëfficiënt van 1 beduidt dat één iemand alles verdient, en de rest niets.

In Vlaanderen is de coëfficiënt 0,376 voor de belastingen tussenkomen, en 0,304 na aftrek van de belastingen. In 1990 bedroeg de Gini-coëfficiënt nog 0,310 voor de belastingen, en 0,238 na de belastingen.

"De overheid doet heel veel pogingen om de ongelijkheid binnen de perken te houden, zoals de invoering van dienstencheques en andere tegemoetkomingen voor lagere inkomens", zegt decaan Filip Vergauwen van de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen in de krant. "Maar al die maatregelen blijken dus niet efficiënt."