Ingrid Neven is Ladychef van het jaar
Foto: Katrijn Van Giel
Ingrid Neven van restaurant Pazzo in Antwerpen is verkozen tot Ladychef van het jaar. Dat werd vanmiddag bekendgemaakt tijdens een door haar bereide lunch.

Neven wordt door de jury geroemd om haar ‘kwaliteit, creativiteit en topklasse’ en mag zich één jaar lang 'Bru Lady Chef of the Year' noemen, een titel die het maandblad Culinaire Ambiance en het food consultancy bureau GreenSeed vanmiddag al voor de twintigste keer uitreikten.

‘Ik zie het als een mooie beloning voor elf jaar hard werken’, zegt Neven. ‘Een duwtje in de rug en een boost om er dit jaar extra hard tegenaan te gaan.'

Vindt u het belangrijk dat er een aparte prijs voor vrouwelijke koks bestaat?

‘Zeker wel. Er zijn al meer vrouwelijke chefs dan vroeger, maar er mogen er zeker nog bijkomen. Ik vraag me ook nog altijd af waarom zo weinig vrouwen voor ons beroep kiezen. Zijn het de lange uren? Kiezen ze liever voor de kinderen en het gezinsleven? Ik weet het niet.’

Omdat het gewoon een een zwaar beroep is?

‘We hebben vooral een ongelooflijk funky beroep, als je ziet wat chefs allemaal kunnen creëren! Maar als je dit niet graag doet, hou je het niet vol natuurlijk. Ik heb het geluk met een goed team te kunnen werken. We zijn gaandeweg vrienden geworden, we delen onze vrije tijd zelfs met elkaar, we zien mekaar meer dan we onze partners zien. Gelukkig heb ik een vriendin die mijn beroep waardeert, die weet waar ik mee bezig ben en die zelf enorm graag uit gaat eten.’

Is het toch niet moeilijk om je als vrouw staande te houden in de restaurantwereld, toch nog altijd een mannenbastion?

‘Ik heb natuurlijk respect moeten verdienen. Toen ik jonger was, heb ik daarmee wel problemen gehad. Stel je voor: je bent nog geen twintig en je staat naast iemand van 35 in de keuken. Maar ik heb er ook veel dingen van geleerd, van iedereen, ook van de afwassers van dienst. Anderzijds vind ik het nu moeilijker om met vrouwen samen te werken: ze zetten graag hun ellebogen hé, ze willen zich bewijzen. Mannen zijn daarin toch iets gemoedelijker.’