De zittende president Mahinda Rajapaksa heeft de presidentsverkiezingen in Sri Lanka gewonnen. Dat heeft de kiescommissie woensdag meegedeeld.

Mahinda Rajapaksa kreeg 58 procent van de stemmen, zijn tegenstander Sarath Fonseka 40 procent.
Veertien miljoen mensen in Sri Lanka hebben het stemrecht. Van hen heeft zo'n zeventig procent dinsdag ook daadwerkelijk zijn stem uitgebracht.

In de loop van de verkiezingsavond hadden honderden Sri Lankaanse militairen een hotel omsingeld waar Sarath Fonseka, de belangrijkste oppositiekandidaat en de voormalige legerleider van president Rajapaksa, zich ophield. De omsingeling is een teken van de gespannen sfeer rond de verkiezingen.

De twee mannen zijn oorlogshelden in de ogen van het Singalese bevolkingsdeel, omdat zij het leger acht maanden geleden naar de overwinning leidden in de strijd tegen de rebellen van de Tamil Tijgers. Een ruzie deed Fonseka besluiten zijn ontslag in te dienen, zich bij de oppositie aan te sluiten en de president uit te dagen.

'Fraude'

Gedurende de verkiezingscampagne beschuldigde de oppositie Rajapaksa ervan verkiezingsfraude te willen plegen. Fonseka zei dinsdag dat hij niet kon stemmen omdat zijn naam niet op de registratielijst van kiezers stond. Niet duidelijk is of hij vergeten was zich te registreren of dat hij met opzet van de lijst was gelaten.

Fonseka gaf al aan dat hij het resultaat niet zal erkennen en dat hij naar de rechtbank zal stappen. Waarnemers vrezen dat een geschil over de verkiezingsuitslag kan uitmonden in demonstraties en geweld.