GETUIGENISSEN. 'Het hart van Haïti is verlamd'
Jeannine De Beleyr Foto: ivs
'In de 23 jaren dat ik in Haïti leef en werk heb ik staatsgrepen, opstanden en cyclonen meegemaakt. Maar wat nu op ons afkomt, is erger dan ooit', zei Jeannine De Beleyr, een Vlaamse vrouw die zich in Haïti inzet voor de lokale bevolking. Ook Ilse Roels, actief bij de dienst Vorming voor Vrouwengroepen in het zuiden van Haïti, en Jonas Scherrens, vrijwilliger bij een mensenrechtenorganisatie, getuigden bij De Standaard over de aardbeving.

Jeannine De Beleyr is een Vlaamse vrouw uit Belsele die haar leven wijdt aan het educatief centrum Ti Solèy Leve in Akil Samdi, een Haïtiaans dorp vlakbij de grens met de Dominicaanse Republiek. Wat ze allemaal zag de laatste dagen, is moeilijk onder woorden te brengen. Toch ondernam de vrouw een poging in de volgende getuigenis.

Een andere vrouw die haar ervaringen heeft neergepend, is de Vlaamse Ilse Roels (32). Deze jonge coöperante beschrijft de 'nasmaak van de nachtmerrie' in Haïti.

Jonas Scherrens werkt in Haïti als vrijwilliger bij het Plate-forme des Organisations Haïtiennes de Droits de l’Hommes (POHDH). Hij liep rond in Port-au-Prince op het moment van de beving. 'Twintig seconden misschien en plots was alles anders. Daarna was er enkel nog een wolk van stof en onmacht. Huilende stemmen, gesmeek om hulp en enorm veel vragen in ieders hoofd.'

Jeannine De Beleyr vanuit Akil Samdi, woensdag 13 januari 2010

'De dag van de aardbeving kwam ik met de drie kinderen en twee Nederlandse bezoekers terug uit Puerto Plata. Terug in Akil Samdi waren we aan het uitpakken toen plots alles aan het huis trilde. Ik riep de kinderen naar buiten en vertelde hen dat het een aardbeving was en dat deze kleine schokken wel vaker te voelen waren. Op dat moment kon ik nog niet vermoeden wat zich in de hoofdstad allemaal afspeelde.

Pas wanneer Leonne via de radio het dramatische nieuws vernam en we geen telefonische verbinding meer kregen met geen enkele plaats in het land, beseften we dat de aardbeving vernieling had aangebracht. Op dat ogenblik was mijn beschikbaar internet het enige communicatiemiddel, voor even, want ook dat viel uit. Dit komt door de barre weersomstandigheden.

We zijn nu een dag verder en we zijn onbeschrijfelijk bezorgd. In het dorp Akil hangt de prangende vraag bij ieder die familie heeft in de hoofdstad: leven ze nog?

De kreten van rouw zullen de komende dagen en weken als een zwarte sluier over heel Haïti hangen, want Port-au-Prince is een concentratie van inwijkelingen.

Een natuurramp kijkt naar geen functie of titel. Arm of rijk, hooggeplaatst of dakloos, Haïtiaan of buitenlander: in alle rangen zijn slachtoffers.

Vandaag ben ik naar Cap-Haïtien gereden, door modder en zwellende rivieren, over gebroken asfaltwegen dicht bij de stad. Alle banken waren gesloten. Met mijn laatste gourdes heb ik een voorraad voedsel aangekocht. Vrijdag hoop ik aan de grens met de Dominikaanse Republiek Amerikaanse dollars om te ruilen, want het personeel heeft het salaris nodig.

De sfeer in Cap-Haitien was drukkend: opvallend minder verkeer, geen schoolkinderen, maar wel veel mensen die hun handeltje proberen verder te doen. Alles was grauw en grijs door de regen. Als die depressie niet vlug overdrijft, zal ook het noorden in chaos geraken door wateroverlast en overstromingsbedreiging.

Op weg naar huis realiseerde ik me dat nog heel wat mensen helemaal niet beseffen wat er echt aan de hand is. Ze zien geen beelden en hebben geen radio. In de Eerste Wereld kan men de schrijnende foto’s en video’s van de ramp zien. Hier komen de mensen uit hun schamele akkers of van de povere markt. Zondag zal de dominee of de priester in de kerk hen misschien wel vertellen hoe het hart van het land is verlamd, in coma is.

Vanuit Ti Solèy Leve willen we ons weerbaar opstellen, zodat we zo een steun kunnen zijn voor hen die het nodig hebben in hun rouw of in de heropbouw van een huis of bij materiële en financiële tekorten. De tijd zal ons duidelijk maken waar en hoe we het meest dienstbaar kunnen zijn.

Onze wens om in het voorjaar naar België te komen met onze drie kinderen Charline, Nelson en Jetro wordt alvast verlegd naar het najaar. Het aanmaken van hun paspoorten en de aanvraag voor een visum moest namelijk in de hoofdstad gebeuren. Ook hierover zullen we pas veel later duidelijker inzicht krijgen.

Wetende dat jullie allen sterk verbonden zijn met ons, dat jullie mee uitkijken naar hopelijk positief nieuws over onze medewerkers en andere bekenden in Port-au-Prince,

Vriendelijke groet uit Akil,

 Jeannine'

Ilse Roels vanuit Jacmel, 14 januari 2010

'Beste vrienden en familie, 

Bedankt voor jullie solidariteit en bemoedigingen in deze moeilijke momenten. Edris en ik stellen het goed na de aardbeving van dinsdagavond 17 uur plaatselijke tijd die amper 45 seconden duurde, maar die het land zo heeft verwoest. Wel is het nog bang afwachten voor nieuws van familie en kennissen waarmee we geen contact krijgen.

Ondertussen moeten we wel verder - sinds twee dagen werken we bij mijn lokale partner CROSE (Coordination Regionale Organisations du Sudest) met een team van zestig vrijwilligers aan een evaluatie van de materiële schade in verschillende wijken van de stad Jacmel.

In verband met doden en gewonden is er nog geen officiële balans opgemaakt. Morgennamiddag zouden we een eerste balans moeten krijgen van het Rode Kruis. Tot op heden, meer dan 48 uur na de eerste schok zijn nog altijd naschokken te voelen. Er wordt ook nog altijd gezocht naar overlevenden onder het puin. Het ziekenhuis van Jacmel werd getroffen en de gewonden worden buiten verzorgd, maar er is een tekort medicijnen, dokters en verpleegpersoneel. De weg van Jacmel naar Port-au-Prince is onderbroken.

De bevolking wordt wakker uit een nachtmerrie en de nasmaak is nog erger dan de nachtmerrie zelf. Langzaam en meer loopt nu ook meer slecht nieuws binnen van vrienden en kennissen. Van Port-au-Prince, het centrum en de slagader van Haïti, het beslissingscentrum blijft niets meer over. De vraag is: Hoe en waar beginnen met de reconstructie? Hoe dit trauma en verlies te verwerken?

In elk geval bij CROSE laten we de moed niet zakken en willen we de bevolking bijstaan. Ook al verloren velen van onze medewerkers hun huis, of hebben ze geen nieuws van familie en vrienden elders, toch staan ze dagelijks op het terrein om hulp te bieden. De eerste taak is het in kaart brengen van de situatie om nadien strategieën van heropbouw te bepalen. '

Foto's van Jacmel, een stad ten zuiden van Haïti
 

Jonas Scherrens vanuit Port-au-Prince, 16 januari 2010

'Ik liep vrolijk met mijn huisgenoot naar een hoger gelegen wijk toen de beving Haiti trof. Het was ons geluk om op straat te zijn, en niet ergens binnen. Tien maanden was ik intussen in Port-au-Prince en ik zou volgende week woensdag terug naar Belgie komen. Rond vijf uur was het, toen het noodlot toesloeg. Want dat is het echt wel in een stad als deze, waar alle hellingen volgebouwd zijn met woningen op en onder elkaar wat huizen als kaartenhuisjes niet alleen in elkaar liet vallen, maar ook over elkaar. De allereerste reactie van Haitianen was er een waarbij God en Jezus aangeroepen werden. De katholieke en vooral protestantse bekering was en is hier altijd succesvol geweest. Je moet het ongeluk en de dagelijkse overlevingsstrijd nu eenmaal ergens mee verklaren. Angst voor de duivel is er evenzeer, maar vreemd genoeg was dit niet zijn werk, maar wel dat van 'Bondieu'.

Wat ikzelf voelde toen de stad trilde was een vreemd soort ongeloof, maar ook korte angst, want omdat wij op een stijl stuk weg stonden voelde het aan alsof de helling zich in twee zou splijten. Terzelfdertijd kwamen de huizen rondom ons neer. Twintig seconden misschien en plots was alles anders. Daarna was er enkel nog een wolk van stof en onmacht. Huilende stemmen, gesmeek om hulp en enorm veel vragen in iedereens hoofd. Verloren gelopen kinderen, gewonden die niet konden verplaatst worden, en heel veel paniek. Een tankstation stond in brand en ondanks dat wij honderden meter verder stonden, kwamen mensen verschillende malen naar boven gerend uit angst voor een explosie. Op dat moment was niets meer zeker. Niet veel later kwam het gerucht van een tsunami. Het traditionele geluk bij een ongeluk, al is dat geen troost: het gebeurde niet tijdens het regenseizoen. Niet 's nachts had ook een troost kunnen zijn en is het nog gedeeltelijk, alleen: de meeste scholen werken hier in dubbele cyclussen, waardoor de meeste rond vijf uur nog volop aan de gang waren.

Wat blijft er over als niets meer over blijft? Enkel de Haitianen eigenlijk. Het nationaal paleis weg, het justitiepaleis, het parlement en de meeste ministeries die plat liggen. Ministers en senatoren die vermist zijn. Haiti stelde als overheid overheid al heel weinig voor, maar is nu wel zeer letterlijk van de kaart geveegd. Dat is natuurlijk geen excuus voor het totaal gebrek aan coordinatie van alle hulpinstanties. Alles en iedereen lijkt wel in het duister te tasten over wat anderen aan het doen zijn. Hulp is aanwezig in de straat, de lijken worden verwijderd, bulldozers beginnen op puin in te hakken, de VN missie is weer zichtbaar, maar toch is informatie er enkel in de vorm van gissingen die voornamelijk in de meest negatieve vorm worden geinterpreteerd. Wat is er meer nodig om de internationale gemeenschap te doen inzien dat voor dergelijke catastofes voorafgaandelijk urgentieplannen moeten opgesteld worden?

Vandaag brachten wij de dag door op de basis van B Fast. Chapeau voor die hun professionalisme en vrijwillig engagement. Maar ook zij zijn slachtoffer van desinformatie en zou zelfs morgen opnieuw richting Belgie vertrekken, samen met vliegtuig waarmee een twintigtal Belgen en mezelf gerepatrieerd zullen worden. Toen we op hun basis toekwamen vanochtend was een speciale eenheid van de Canadese humanitaire troepen de veiligheid aan het verzekeren was. Niet dat er zich een voelbaar gevaar stelde, al heerste er wel wanhoop aan de poort waar slachtoffers zich ophoopten. Maar van een massa was geen sprake en al zeker niet van direct geweld tegen de B Fast basis. Die Canadese troepen vertrokken in de namiddag en lieten de operationele Belgische urgentiebasis achter.. Je merkte wel dat ze ook twijfelden, maar hun orders waren om zich bij de rest van de recent aangekomen troepen te voegen en daar op een nieuwe opdracht te wachten.

Port-au-Prince heeft zijn reputatie van onveiligheid tegen. Criminaliteit zoals in andere Latijns Amerikaanse steden heerst hier niet, maar individuele afrekeningen en kidnappingen zijn er wel. Ook al zijn die de laatste jaren sterk afgenomen. Zelf heb ik me in de deze stad echter nooit onveilig gevoeld, al ontwijk je die natuurlijk ook. Je kunt je echter ook afvragen in welke mate dat gevaar nog aanwezig is nu alles verwoest is en een heel groot deel van de niet-geregistreerde wapens mee onder het puin ligt. Maar de gevangenissen liggen natuurlijk ook plat. Wat veronderstelt wordt, is dat honger en dorst tot rellen zullen leiden. Dat kan logisch klinken, maar hoeft niet noodzakelijk te zijn en hangt in dat geval volledig af van de reactie van de internationale gemeenschap. Vandaag werden geruchten constant aangevuld, maar telkens wij ons met de auto op de straat begeefden, was er van zichtbaar geweld of diefstallen geen sprake. De perceptie wordt binnen de chaos een zeer vluchtig iets: 1 beeld, of 1 getuigenis die wordt veralgemeend, een mooie headline. Nogmaals: niet noodzakelijk zo.

Tot nog toe zag ik de Haitiaanse bevolking op moedige wijze reageren. De eerste morgen heerste er veel verslagenheid, dat wel, maar stilzitten kun je niet. Ondanks dat een pak lijken tot gisteren en vandaag nog steeds op straat lagen en de meeste mensen nog op straten en pleinen slapen, blijft men niet bij de pakken zitten. Velen vertrekken richting het binnenland, een logische reactie en ook een goeie zaak. Waar de verwoesting zo uitgebreid is dat enkel moedeloosheid en wanhoop een normaal gevolg lijkt, wordt de draad toch al weer opgenomen. De hulp zal en moet nu wel binnenstromen, wat hopelijk de basisnoden van de komende weken kan opvangen.

Wat daarna volgt is minstens even belangrijk. De komende week blijft Haiti wel in de belangstelling, waarna de nieuwswaarde uitdooft, maar alles pas begint voor de Haitianen.. Iemand merkte al heel terecht op vandaag dat decentralisering nu echt wel sterk moet doorgevoerd worden. Waarom alles per se opnieuw hier opbouwen? Haiti is al veel te lang afhankelijk van wat in Port-au-Prince wordt binnen gebracht en beslist. De stad groeide met tienduizenden per jaar. Haiti is enorm afhankelijk van invoer van voedsel en andere goederen en heeft zijn weinige locale productie in de hoofdstad. Veel is er op dat vlak niet verloren gegaan, maar ook niet bewaard gebleven natuurlijk. Het is daarom hopen dat meer heropgebouwd zal worden dan er was.

Haitianen zijn goedhartige en goedlachse mensen. De eerste Europese kolonie die zijn onafhankelijkheid bekwam, maar daar de volgende twee eeuwen heel zwaar voor moest boeten. Niet daarom, maar omdat Haiti nu alle hulp kan gebruiken, ben ik verplicht deze oproep te doen: geef om goed te doen en omdat het nu echt wel keihard nodig is.'

Jonas Scherrens
http://humanversusrights.wordpress.com