Aardbeving nieuwe klap voor straatarm Haïti
Foto: ap
De verwoestende aardbeving van dinsdag is een nieuwe klap voor Haïti, dat al veel ellende te verduren heeft gehad. Binnenlandse instabiliteit, moordzuchtige dictators, meer dan dertig staatsgrepen en een schijnbaar eindeloze reeks orkanen en andere natuurrampen in de 206-jarige geschiedenis van Haïti hebben al aan vele duizenden mensen het leven gekost. Haïti is dan ook een van de armste landen van de wereld en volledig afhankelijk van buitenlandse hulp.

De aardbeving met een momentmagnitude van 7 was de zwaarste in Haïti sinds 1770. De eerste berichten over de gevolgen van het natuurgeweld zijn beangstigend.

Geschiedenis van zware aardbevingen

De aardbeving voltrok zich op een breuklijn die verantwoordelijk wordt gehouden voor zeven grote aardbevingen tussen 1618 en 1860, zegt Harley Benz van de U.S. Geological Survey. Volgens historische gegevens werd Port-au-Prince ook in 1860 door een aardbeving getroffen. Deze beving veroorzaakte een tsunami.

De tot dusverre zwaarste aardbeving in de moderne tijd op het eiland Hispaniola, waar Haïti deel van uitmaakt, was een beving met een momentmagnitude van 8,1 in 1946, die aan 1790 mensen het leven kostte. Ook deze aardbeving werd gevolgd door een tsunami. Het epicentrum lag in de Dominicaanse Republiek, maar de gevolgen ervan strekten zich uit tot in Haïti.

Succesvolle slavenopstand

Haïti is in 1804 ontstaan, na de eerste succesvolle slavenopstand in de wereld. Franse troepen gaven zich over aan het slavenleger, dat werd geleid door Jean-Jacques Dessalines. Opeenvolgende leiders stortten het land echter in een verlammende wanorde, waar het nog steeds van moet herstellen.

De politieke onrust bracht de Verenigde Staten ertoe in 1915 mariniers naar Haïti te sturen. De bezetting duurde tot en met 1934. In 1937 werden bijna achttienduizend Haïtianen afgeslacht langs de grens met de Dominicaanse Republiek in opdracht van de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo.

Dictators en fraude

 

In 1957 kwam François ’Papa Doc’ Duvalier aan de macht. Dit was het begin van een 29 jaar durend schrikbewind. Tienduizenden werden vermoord onder leiding van Duvalier en zijn zoon Jean-Claude ’Baby Doc’ Duvalier.

Het duurde tot 1990 voordat Haïti zijn eerste democratisch gekozen president kreeg: Jean-Bertrand Aristide, een priester uit de sloppenwijken die een grote inspiratiebron was voor een groot deel van de arme bevolking. Maar Aristide werd in 1991 bij een coup afgezet en duizenden Haïtianen namen als bootvluchteling de wijk naar Florida.

De Amerikaanse president Bill Clinton stuurde in 1994 ruim twintigduizend soldaten naar Haïti om Aristide weer in het zadel te helpen. Aristide werd in 2000 herkozen als president. Zijn verkiezingsbeloften kwamen echter niet uit. Uiteindelijk werden Aristide en zijn partij beschuldigd van fraude bij de parlementsverkiezingen, het verduisteren van miljoenen dollars aan ontwikkelingshulp en het uit de weg ruimen van tegenstanders. In een bloedige opstand in 2004 werd Aristide opnieuw afgezet.

Vicieuze cirkel

Twee jaar geleden smeekte de nieuwe president van Haïti, René Préval, de wereld om een lange-termijnoplossing voor het land te bedenken. Hij zei dat een ’paradigma van liefdadigheid’ de vicieuze cirkel van armoede en rampspoed niet kan doorbreken. 'Als de eerste golf van humanitaire compassie is geluwd, worden we, zoals altijd het geval is, aan ons lot overgelaten. Na een nieuwe catastrofe zullen we dan opnieuw, alsof het een ritueel is, dezelfde mobilisatie van hulp zien', zei hij. Hetzelfde kan vandaag de dag worden gezegd.