Het debat in de Senaat over de vrijwillige legerdienst is zaterdag uitgemond in een discussie over het transport van daklozen naar kazernes.

Humanitaire missies in het buitenland kunnen, maar in België niet, stelde SP.A-fractieleider Johan Vande Lanotte bij de bespreking van het wetsontwerp over vrijwillige legerdienst. Defensieminister Pieter De Crem wil met die vrijwillige legerdienst het imago van het leger verbeteren, maar tegelijk is het leger niet in staat om het vervoer van daklozen naar leegstaande kazernes te verzekeren, merkte Vande Lanotte op.

Voor Wouter Beke (CD&V) is het de taak van de lokale besturen om het transport te verzorgen naar de kazernes. Defensie heeft immers geen zicht op de concrete situatie, de OCMW's wel. Philippe Mahoux (PS) vond de discussie over wie wat moet doen vreemd. Hij verwees naar de oproep van premier Leterme dat iedereen zou doen wat mogelijk is om de daklozen op te vangen. In de wandelgangen was te horen dat de CD&V in de conciërgewoning van het partijhoofdkwartier twee alleenstaande moeders en drie kinderen opvangt.

Johan Vande Lanotte had ook kritiek op het feit dat de soldij voor vrijwillige legerdienst slechts 7 euro per dag bedraagt. Als een werkgever 7 euro per dag bovenop de werkloosheid zou geven, zou men daar schande over spreken. Roland Duchâtelet (Open VLD) repliceerde dat dit vandaag al gebeurt: een werkloos gezinshoofd met kinderen krijgt zo'n 900 euro per maand, terwijl het minimumloon van een ongeschoolde arbeider 1.050 euro per maand bedraagt. Dat betekent dat die arbeider één euro per uur verdient bovenop zijn uitkering.