Proces tegen Congolese militieleiders van start
Foto: reuters
In Den Haag is voor het Internationaal Strafhof het proces begonnen tegen twee Congolese militieleiders. Ze worden beschuldigd van de moord op meer dan 200 burgers in het oosten van Congo, maar pleiten beiden onschuldig.

Germain Katanga (31) en Mathieu Ngudjolo Chui (39) worden verantwoordelijke geacht voor de aanval op het dorp Bogoro in de Oost-Congolese provincie Ituri op 24 februari 2003. Daarbij vielen meer dan 200 doden. Volgens getuigen gingen de aanvallers in Bogoro uiterst bruut te werk en werden er kindsoldaten ingezet.

Katanga en Ngudjolo staan terecht op drie aanklachten wegens misdaden tegen de menselijkheid en zeven wegens oorlogsmisdaden, waaronder moord, verkrachting, seksuele slavernij en plundering. Beiden verklaarden aan het begin van het proces onschuldig te zijn.

Het proces tegen de Congolese militieleiders wordt geleid door de Franse rechter Bruno Cotte. Hij wordt bijgestaan door twee vrouwelijke rechters, Fatoumata Dembele Diarra uit Mali en Christine Van den Wyngaert uit België. De openbare aanklager wil 26 getuigen horen. Het proces zou verschillende maanden duren. Aan het proces nemen ook advocaten van 345 kinderen deel, van wie sommigen als kindsoldaten waren gedwongen te moorden.
 
Het Internationaal Strafhof is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van volkerenmoord, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Het is opgericht in 2002 in Den Haag.