Vlaamse regering bouwt pompinstallaties en waterkrachtcentrales op Albertkanaal
Foto: jimmy kets

De Vlaamse regering laat zes gecombineerde pompinstallaties en waterkrachtcentrales bouwen op verschillende sluizencomplexen op het Albertkanaal. Dat heeft minister van Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) dinsdag aangekondigd.

De installaties zullen ervoor zorgen dat de watervoorziening tijdens extreme droogte niet in het gedrang komt en zullen energie uit water produceren met een equivalent van het verbruik van 10.000 gezinnen.

De bouw van de pompinstallaties - eerst op de sluizencomplexen in Ham en Olen, later ook in Wijnegem, Hasselt, Diepenbeek en Genk - zal het mogelijk maken om een deel van het gebruikte schutwater (water dat nodig is om de schepen te versluizen) terug te pompen. Zo kan het waterverbruik van het Albertkanaal in droge periodes beperkt worden met ongeveer 50 procent.

Dat kan handig zijn omdat bij langdurige droogteperiodes het debiet van de Maas (die het Albertkanaal voedt) dermate daalt dat de wateronttrekking moet worden beperkt. Dat water wordt voor tal van toepassingen gebruikt: de productie van drinkwater voor de Antwerpse agglomeratie, als koelwater bij de elektriciteitsproductie, als proceswater voor de industrie en tenslotte ook voor de irrigatie van natuurgebieden en landbouwgronden.

De pompinstallaties worden zo ontworpen dat ze in omgekeerde zin als waterkrachtcentrale kunnen werken. Het hoogteverschil van tien meter op de sluizencomplexen op het Albertkanaal maakt het mogelijk om, bij een voldoende groot Maasdebiet, hernieuwbare stroom uit waterkracht te produceren.

Volgens minister Crevits zijn de installaties 'uniek in België'.