Kosten ziekteverzekering hoger in Vlaanderen dan in Wallonië
Foto: rr
Als de factoren leeftijd, geslacht, statuut en regeling worden meegerekend, geeft Vlaanderen iets meer dan gedacht en Wallonië iets minder dan verwacht uit aan de terugbetaling van medische verzorging. Dat blijkt uit een rapport van het RIZIV.

Om beter conclusies te trekken over de uitgaven van de ziekteverzekering per regio heeft het RIZIV een aantal objectieve karakteristieken - leeftijd, geslacht, statuut (voorkeurregeling van gehandicapten...) en regeling (algemene regeling - zelfstandige) - mee in rekening genomen bij het berekenen van de cijfers.      

Volgens de bruto gegevens gaf Vlaanderen in 2006 gemiddeld 1.704,12 euro uit per verzekerde Belg, terwijl Wallonië gemiddeld 1.743,64 euro spendeerde. Na herberekening met de variabele factoren blijken de cijfers anders: Vlaanderen gaf 1.737,63 euro uit per rechthebbende tegenover Wallonië 1.730,12 euro. Vlaanderen had in 2006 dus de hoogste gemiddelde uitgave.      

Brussel

Ook opvallend is dat Brussel na de oefening van standaardisering een lagere uitgavekost vertoont. 'Zou het kunnen dat mensen daar moeilijker de weg vinden naar de gezondheidszorg?', vraagt Ri De Ridder van het RIZIV zich af. 'Als dat zo is, dan moet deze sociale problematiek aangepakt worden.'

Het rapport brengt ook verschillende vormen van organisatie van gezondheidszorg aan het licht. Qua tandverzorging bijvoorbeeld werkt Vlaanderen preventiever dan Wallonië. Ook wordt logopedie meer voorgeschreven in het noorden van het land.      

Medicatie

Ook de medicatievoorschriften tonen grote variabele verschillen. Het toedienen van relatine aan kinderen met ADHD blijkt in Vlaanderen veel groter dan in Wallonië, terwijl in Wallonië opmerkelijk meer antidepressiva geslikt worden.

Brussel schrijft dan weer beduidend meer antibiotica voor dan de andere gewesten. 'Hier is geen sprake van overconsumptie, maar van een puur feitelijk hoofdstedelijk fenomeen: in Brussel zijn er meer aidspatiënten', aldus De Ridder.

Het RIZIV besluit dat de nieuwe cijfers nog geen uitspraken kunnen doen over over- of onderconsumptie van een bepaalde regio, provincie of arrondissement, maar vooral aanleiding moeten geven tot verdere analyse en debat.