De Mexicaanse politie opende in 1982 een dossier over Nobelprijswinnaar Gabriel Garcia Marquez, waarin hij wordt omschreven als "pro-Cubaans en pro-Sovjet-Unie" en een "propagandist" van communistisch Cuba. Dat blijkt uit informatie die de Mexicaanse krant El Universal maandag publiceerde.

De krant schreef zondag al dat de auteur van onder meer ’Honderd Jaar Eenzaamheid’ van halfweg de jaren ’60 tot op zijn minst de jaren ’80 bespioneerd werd in Mexico. Garcia Marquez werd in Colombia geboren, maar vestigde zich begin jaren ’60 in Mexico.

El Universal verwees naar een rapport uit maart 1982 - maanden voor hij de Nobelprijs voor literatuur zou ontvangen - waarin de beslissing van Marquez om de Cubaanse autoriteiten de volledige rechten over zijn werk ’Kroniek van een Aangekondigde Dood’ te geven, wordt aangehaald. "Het bovenstaande bevestigt dat Gabriel Garcia Marquez, naast pro-Cubaans en pro-Sovjet, ook een propagandist is die werkt voor de inlichtingendiensten van dat land (Cuba)", zo leest een document van de voormalige politieke politie van Mexico.

Een ander document vermeldt de aankomst op de luchthaven van Mexico Stad op 30 april 1980 van een vliegtuig van Sovjetmakelij dat gestuurd door Cuba "Gabo" kwam oppikken, "zodat hij de vieringen rond 1 mei in Havana zou kunnen bijwonen", aldus het rapport.

Garcia Marquez vroeg in maart 1981 asiel aan in Mexico, maar dit werd geweigerd "wegens gebrek aan elementen die erop wezen dat hij door de Colombiaanse militaire autoriteiten vervolgd werd", aldus nog de documenten. De Mexicaanse autoriteiten verleenden de schrijver echter wel bescherming.