De Italiaanse minister van Justitie, Angelino Alfani, heeft maandag beloofd, de verklaringen van de belangrijkste anti-maffiarechter van het land grondig uit te zullen spitten. Paolo Grosso had zondag voor opschudding gezorgd door te "onthullen" dat de Italiaanse staat in het begin van de jaren ’90 in het geheim met de maffia overlegde. Een echte onthulling was dat niet, eerder een bevestiging op hoog niveau van wat al jaren in de wandelgangen circuleerde.

Voorzitter Antonio di Pietro van de oppositiepartij Italië der Waarden (Italia dei Valori) noemde het "onbegrijpelijk dat de Staat met de maffia overlegde om een publieke vrede te bewerkstelligen op het moment dat getrouwen van de staat door de georganiseerde misdaad werden gedood".

Di Pietro, als procureur het gezicht van de corruptiebestrijdende operatie Mani Pulite, verwees daarmee naar de spectaculaire moorden in Palermo op de anti-maffiarechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino.

De verklaringen van Grasso volgen op de publicatie, enkele weken geleden, van een "wensenlijstje" dat Toto Riina, de capo dei tutti capi, een jaar voor zijn arrestatie in 1993 had opgesteld. Het lijstje bevatte 12 punten waaraan de Staat moest voldoen opdat de maffia haar acties tegen de autoriteiten stopzette.