Op schoot bij Nick Cave
Foto: koen bauters
Als muzikant heeft Nick Cave (52) stilaan een status bereikt die vergelijkbaar is met die van Leonard Cohen of Tom Waits. Maar de Australiër heeft zich intussen ook bewezen als filmscenarist, acteur en auteur. Gisteren was het een roman die hem naar de Antwerpse Arenbergschouwburg bracht. The Death of Bunny Munro komt er twintig jaar na zijn debuut And the Ass saw the Angel, een oudtestamentisch geïnspireerde, bijzonder harde noot om kraken.

Drie jaar deed hij over die eersteling, deels omdat hij koste wat het kost wilde tonen dat een zuipende, heroïneverslaafde rocker wel degelijk Grote Literatuur kon bedrijven. Bij The Death of Bunny Munro liep het allemaal veel vlotter. Cave - nu trouwens al enkele jaren clean - schreef het boek in goed zes weken tijd, op tournee. Het is een testosteronbom geworden, een dolle rit vol seksfantasieën, drank en doffe ellende, maar ook vol briljante zinnen, ijzersterke humor en geweldige personages.

‘An evening of reading, music and conversation with Nick Cave’, zo had de Arenbergschouwburg Caves passage aangekondigd. En dat was precies wat de volgelopen zaal kreeg.

Bad Seed en Grinderman-collega Warren Ellis kwam als eerste op, terwijl we een oud Amerikaans reclamefilmpje zagen waarin het métier van vertegenwoordiger wordt gepromoot - een verwijzing naar het boek.

Daarna verscheen Cave. Nu weer zonder snor, in een smal, donker pak, de ravenzwarte haren achterovergekamd. Hij ging meteen zitten en begon voor te lezen uit zijn roman. Ook daar heeft hij een talent voor. Toen hij tien minuten later rechtstond om met Ellis en bassist Martyn Casey, nog een Bad Seed en Grinderman, het eerste nummer in te zetten, had hij het publiek al volledig in zijn zak.

We kregen uitgebeende, maar intense versies van onder meer ‘Hold on to Yourself‘, ‘Baby, You turn me on‘, ‘The weeping song‘, ‘The mercy seat‘, ‘God is in the house’, ‘Dig, Lazarus, Dig‘ en ‘Tupelo‘. Cave op piano of gitaar, Ellis ging flink tekeer op een minidrumstel en speelde viool en dwarsfluit. Casey, als een standbeeld, duwde diepe dreunen uit zijn bas.

Tussendoor las hij nog wat voor, met hier en daar een woordje uitleg. Of we verzoekjes hadden, wou Cave een paar keer weten. Er werden verschillende titels geroepen, maar hij ging er nooit op in. Niemand maalde erom. Onvoorstelbaar hoe snel Cave een publiek uit zijn hand doet eten.

We mochten ook vragen stellen. Een vrouw wou dolgraag eens met hem dansen. Ze mocht meteen het podium op. Twintig seconden in de armen van Cave, zomaar. Een meisje wou zijn plectrum. Geen enkel probleem.

Naarmate hij meer voorlas uit zijn boek, werden de vragen aangebrander. ‘Kunt u het perfecte kutje in mijn schetsboek tekenen, probeerde de leukste van de klas.’ ‘You’re grotesque, man’, zei Cave met verwrongen gezicht, maar meteen corrigeerde hij zichzelf. De kerel mocht met zijn boekje tot bij hem gaan, en stapte vijf seconden later glunderend weer naar zijn plek.

Cave heeft al dikwijls gezegd dat hij het best weet wie hij is als hij op een podium staat. Het is allicht niet gelogen. Weinig artiesten die zo’n naturel uitstralen bij alles wat ze daar doen.

Het trio kreeg een staande ovatie, dik verdiend. Straffe artiest, en gisteren ook een perfecte gastheer.

Gezien in de Arenbergschouwburg in Antwerpen op 15 oktober
 

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig