The Pixies zonder randje
Foto: tt

Zes jaar na hun hereniging zijn The Pixies nog steeds aan het toeren zonder een nieuwe plaat. In Vorst Nationaal zat de routine een perfecte show in de weg.

 

Nee, de fans mochten niet klagen want ze kregen bijna alle cultklassiekers op hun bord. The Pixies musiceerden erg strak (dat is ooit wel anders geweest) en lasten met een rotvaart de ene song aan de andere. Toch riep de passage van de Amerikaanse rockgroep gemengde gevoelens op.

Het begon bij de setlist. Waar elke andere groep met een oeuvre zoals dat van The Pixies met een knaller van formaat zou beginnen, leken Black Francis en co. het publiek te willen plagen met vergeten b-kantjes en minderwaardige albumtracks (‘Manta Ray’, ‘Weird at my school’, ‘Bailey’s walk’). De zangeres-bassiste Kim Deal deed er nog een schepje bovenop met een sarcastisch "So, we’re doing only b-sides". Het publiek stond er een beetje verdwaasd bij. Een energieke, snelle versie van ‘Debaser’ schudde het wakker maar het liedje had dit concert eigenlijk moeten aftrappen. Erg mooi: op het videoscherm achter de groep zagen we blauwige, stokoude beelden van dames die de charleston dansten in de ‘roaring twenties’. Tijdens het keurig door Black Francis gebrulde ‘Tame’ gleed er een bataljon mannequinpoppen over het scherm, badend in stroboscooplicht. Vanaf dan ging het mooi bergop: de zaal sprong enthousiast op en neer op ‘Wave of mutilation’ (dat later in de bissen nog eens terugkwam in een overbodige slome versie), ‘I bleed’ en ‘Here comes your man’ waren om duimen en vingers bij af te likken en ‘Monkey gone to heaven’ was - wat dacht u - een onweerstaanbare meezinger.

Maar dan begon de show te wankelen. Ongeleid projectiel Kim Deal had duidelijk aan de drank gezeten en maakte de fans vooraan botweg diets dat ze niet te kiezen hadden en moesten slikken wat er werd voorgeschoteld. "You can’t skip a song you don’t like", lalde ze. Toen ze even later hardop de setlist door elkaar klutste, werd ze droogjes terechtgewezen door Black Francis. What else is new, zullen ze de fans zeggen. Maar Deals geleuter was de enige communicatie met het publiek (we hoorden amper bindteksten), wat bevreemdend overkwam. Voeg daarbij de haast gestroomlijnde, routineuze versies van de Pixiesclassics, zonder het broodnodige randje van twintig jaar geleden, en je kreeg een opvallend afstandelijke show. Ja, natuurlijk waren we blij dat we het prachtige ‘Hey’ nog eens live mochten horen, of een fors ‘Gouge away’ en het snerpende ‘Into the white’ waarbij The Pixies werden opgeslokt door een rookwolk. Tijdens ‘Vamos’ en ‘Gigantic’ zagen we volwassen mannen luchtgitaar spelen of als krijgertjes de trappen van Vorst Nationaal op en af lopen, wapperend met de armen. Nostalgie doet rare dingen met een mens.

Leggen we de lat te hoog voor de rockhelden uit onze jeugdjaren? Is het dwaas om van The Pixies te eisen dat ze even scherp, meedogenloos en verbeten op het podium staan als in 1988? Wellicht. Gelukkig sloot de groep af in stijl. Niet met het gemiste ‘Bone machine’ maar met ‘Where is my mind’. Het luid meegeloeide "oe-oe-oe"-koortje uit die song galmde na de show nog lang na door de straten van Vorst.

 

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in