Het Hof van Cassatie heeft dinsdag het oordeel van de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling bevestigd over het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden in het dossier rond de extreemrechtse organisatie "Bloed, Bodem, Eer en Trouw" (BBET). De Gentse KI had haar zegen gegeven over die opsporingsmethoden, maar twee verdachten in het dossier trokken tegen die beslissing naar Cassatie. Ze brachten echter geen enkel middel aan om hun eis te staven en Cassatie verwierp die dan ook.

Het gerecht rolde de organisatie in september 2006 op, toen het binnenviel in de legerkazernes van onder meer Leopoldsburg en Kleine Brogel en op 18 privéadressen. Eénentwinting verdachten, het merendeel militairen, werden opgepakt. De extreemrechtse organisatie, die paramilitaire trainingen organiseerde in legerkazernes, had concrete plannen om aanslagen te plegen in ons land. Naast een rugzak met explosieven, nachtkijkers en kogelwerende vesten werden bij de verdachten meer dan driehonderd wapens in beslag genomen.

Het federaal parket wil de 21 verdachten nu in twee groepen voor de correctionele rechtbank brengen. Elf van hen, onder wie bendeleider Thomas B., zouden zich moeten verantwoorden voor deelname aan terroristische activiteiten, racisme en negationisme; de tien anderen voor het bezit van illegale wapens en bendevorming.

Voor de raadkamer zich kon uitspreken over die eis tot doorverwijzing, moest de KI zich eerst buigen over het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden in het dossier. BBET werd immers onder meer opgerold door het inzetten van een infiltrant.