21 augustus 1911. Mona Lisa gestolen
Foto: rr

Het was maandag 21 augustus 1911 en zoals steeds op maandag was het Louvre in Parijs gesloten. Het Louvre had in die dagen al de reputatie een van de grootste kunstcollecties ter wereld te zijn. Er was meer te zien dan je in één dag op kon. Alleen al in het zogenaamde Salon Carré - de vierkante kamer - hing een onbetaalbare schat bij elkaar: Rubens, Rembrandt, Vélazquez, Titiaan, Raphael, Coreggio, Giorgione, Veronese en... de Mona Lisa van Leonardo da Vinci.

Die dag, rond 7.30 uur, kroop vlakbij de Salon Carré een man uit een ingemaakte kast. De dief - want dat was hij - droeg een witte kiel. Hij stapte recht op de Mona Lisa af en haakte haar van de muur. Het schilderij woog loodzwaar, want de directie had het nog maar onlangs uit veiligheidsoverwegingen in een houten kist en achter een glasplaat gehangen.

De dief bracht de Mona Lisa naar zijn schuilplaats en ontdeed het schilderij daar van alle 'omhulsels'. Vervolgens stak hij de drie houten planken waarop Leonardo da Vinci zijn La Cioconda had geschilderd onder zijn kiel en begon aan misschien wel het moeilijkste deel van zijn avontuur: ongezien buiten geraken.

De dief had zich goed voorbereid. Hij kende het Louvre blijkbaar op zijn duimpje en had van alle deuren een loper. Echter, één van de deuren kreeg hij niet open. De dief haalde een schroevendraaier boven en schroefde de deurknop los. Net op dat moment kwam er een loodgieter langs.

De dief behield zijn koelbloedigheid en beklaagde zich tegenover de loodgieter over het feit dat de deurklink ontbrak. De loodgieter opende nietsvermoedend de deur en voor de dief lag de weg naar buiten nu helemaal open. Pas uren later besefte men dat de Mona Lisa verdwenen was - urenlang dachten medewerkers van het museum dat het schilderij weg was voor onderhoud of om het te fotograferen.

De diefstal van de Mona Lisa was wereldnieuws en overal ter wereld ging men naar het schilderij op zoek. Alle schepen die op de dag van de diefstal waren vertrokken, werden bij aankomst grondig doorzocht. Het Franse weekblad L'illustration loofde 40.000 Franse franc uit voor de tip die kon leiden tot het terugvinden van het schilderij. Concurrent Paris-Journal ging hoger: 50.000 frank!

Het Louvre ging na de diefstal enkele dagen dicht, maar begin september 1911 kon het publiek er opnieuw in. Duizenden mensen kwamen kijken naar de lege plek in het Salon Carré en naar de vier haken waaraan de Mona Lisa had gehangen. Sommigen legden zelfs bloemen neer.

Een jaar later was er nog geen enkel nieuws over de Mona Lisa. Het zag er naar uit dat ze voor altijd verdwenen was. Maar in november 1913 kreeg Alfredo Geri, een kunsthandelaar uit Firenze, een brief waarin een zekere Leonardo beweerde dat hij het schilderij had. Hij was naar eigen zeggen een Italiaanse patriot en had de Mona Lisa gestolen om ze te kunnen terugbrengen naar Italië, waar ze volgens hem thuishoorde.

Leonardo zei voor het schilderij geen losgeld te willen vragen, wel een beloning of compensatie. Geri vertrouwde het zaakje niet en nam zijn collega Giovanni Poggi in de arm, de directeur van het Uffizi museum in Firenze. Samen probeerden ze een afspraak te maken met de zogezegde dief. Dat lukte pas op 10 december 1913. De ontmoeting had plaats in Firenze en Geri ondervroeg de dief - een magere en niet onknappe jongeman met een snor - over aspecten van het schilderij die alleen hij kon weten - als hij de dief was.

Hij wás de dief. En hij vroeg een 'vergoeding' van 500.000 lire. Ze ontmoetten elkaar een tweede keer en daar vroeg Poggi waar het schilderij was. De dief antwoordde: 'In mijn hotelkamer'. Geri en Poggi keken elkaar verbaasd aan, waarop de dief hen zei 'Geloven jullie mij niet? Kom maar mee.' Hij nam hen mee naar het hotel Tripoli-Italia op de Via de Panzani. In een kamertje op de derde verdieping wees de dief hen een kist aan. Geri en Poggi doken er in, maar zagen alleen maar rommel. De dief haalde uit een kist een gedeukte hoed, schildersgerief, een kiel, een knijptang, een paar versleten schoenen en een mandoline. Op de bodem van de kist lag een pak, in rode zijde gewikkeld: de Mona Lisa!

De mannen waren stomverbaasd en maakten, eens van hun verbazing bekomen, een nieuwe afspraak - voor de overhandiging van het schilderij en de betaling van het losgeld, deze keer. Maar Geri en Poggi belden de politie. De dief, de jonge Italiaan Vincenzo Perugia (32), werd gearresteerd. Het schilderij deed een triomfantelijke tour door Italië en werd op 4 januari 1914 teruggehangen in het Louvre. In twee dagen tijd kwamen daar ruim 100.000 mensen naar de Mona Lisa kijken.
 

Nog op 21 augustus:

1959: Hawaï wordt de vijftigste staat van de Verenigde Staten van Amerika

1991: Zeven politici en militairen plegen in Moskou een mislukte coup tegen Michail Gorbatsjov

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig