De overgrote meerderheid van de verpleegkundigen in Vlaanderen staat positief tegenover euthanasie en andere medische beslissingen aan het levenseinde bij terminale patiënten. De meesten van hen vinden wel dat ze betrokken moeten worden in de besluitvorming rond het levenseinde. Dat blijkt woensdag uit een studie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

Van een representatief staal van Vlaamse verplegers en verpleegsters zegt 92 procent de praktijk van euthanasie voor terminaal zieke patiënten te aanvaarden. Drieënnegentig procent zegt zich achter het stopzetten of niet opstarten van levensverlengende behandelingen in het algemeen te scharen, terwijl 96 procent akkoord gaat met het opdrijven van pijn- of symptoombestrijding met een mogelijk levensverkortend effect.

Opvallend is dat meer dan de helft van het verplegend personeel (57 procent) het toepassen van euthanasie zonder dat de patiënt nog een verzoek kan richten aanvaardbaar vindt, wat momenteel niet is toegelaten door de wet. Zeventig procent van de verpleegkundigen meent echter wel dat euthanasie kan voorkomen worden door goede palliatieve zorg.

De meeste verpleegkundigen vinden dat ze betrokken moeten worden in de besluitvorming rond euthanasie. Hoewel 61 procent akkoord gaat dat het toedienen van levensbeëindigende middelen geen taak is voor een verpleegkundige, is 43 procent toch bereid om dit in bepaalde gevallen te doen.

De studie werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB, in samenwerking met het Bio-ethisch Instituut van Gent. De onderzoekers vinden dat, nu de wet niet toelaat dat verpleegkundigen middelen toedienen in het kader van euthanasie, de regelgeving achterhaald is door de praktijk.

Ze pleiten ervoor de rol van de verpleegkundigen duidelijker te maken in de wetgeving of in heldere richtlijnen, maar benadrukken dat hierbij rekening moet gehouden worden met de sector waarin de verpleegkundigen actief zijn.