De Russische staat versoepelt een controversiële wet over de civiele maatschappij waardoor niet-gouvernementele organisaties niet langer als vijanden behandeld worden. Dat zeggen dinsdag militanten van verschillende ngo’s.

'Wij hopen dat de amendementen die in werking zijn getreden een einde zullen stellen aan de moeizame relaties tussen de machthebbers en de civiele maatschappij', verklaarde Alexandre Aouzan, voorzitter van de vereniging van de onafhankelijke centra van economische analyse, tijdens een persconferentie.

President Dmitri Medvedev heeft eind juli amendementen afgekondigd bij een wet die in 2005 onder zijn voorganger Vladimir Poetin was aangenomen. De wet stootte destijds op felle kritiek van het Westen en Russische verdedigers van de vrijheden.

De aanpassingen voorzien onder meer in minder strikte controles van de ngo’s en in een vermindering van het aantal redenen waarvoor de registratie van een ngo geweigerd kan worden. Met de wet van 2005 'werden de ngo’s gelijkgesteld met vijanden', benadrukte Aouzan, maar de doorgevoerde aanpassingen noemt hij 'een symbolische wending voor de evolutie van het land'.

'Dit is een belangrijke politieke overwinning van de civiele maatschappij', klonk het dan weer bij JoeriDjibladze van het Centrum voor de ontwikkeling van de democratie en de rechten van de mens. Hij voegde er wel aan toe dat het Kremlin voorlopig bijkomende versoepelingen heeft geweigerd, meer bepaald over de financiering van de ngo’s met buitenlandse fondsen.

Verschillende verdedigers van de mensenrechten hebben dinsdag een open brief gestuurd naar de president, waarin ze hem oproepen 'consequent' te zijn in zijn houding tegenover ngo’s. Verder roepen ze Medvedev op om 'strikte richtlijnen aan de ordetroepen te geven' opdat deze zouden ophouden 'de ngo’s lastig te vallen met hun inspecties, het meenemen van documenten of computers en vernederende ondervragingen'.