De Britse regering zal de kandidatuur van Tony Blair voor het vaste voorzitterschap van de Europese Unie steunen. Dat heeft onderminister van Europese Zaken Glenys Kinnock in Straatsburg gezegd. Een woordvoerder van Blair ontkende evenwel in alle toonaarden dat de voormalige Britse premier reeds een formeel kandidaat voor de topfunctie is.

"De Britse regering steunt de kandidatuur van Tony Blair voor het voorzitterschap van de Europese Unie", zo verklaarde Kinnock in Straatsburg aan een groep Britse journalisten. "Dit is het standpunt van de regering. Ik ben er zeker van dat ze dit niet zouden doen zonder hem eerst de vraag te stellen", zo antwoordde de onderminister op de vraag of de regering de kandidatuur had besproken met Blair.

Volgens de Britse openbare omroep BBC is het de eerste keer dat een Brits minister publiekelijk laat verstaan dat Blair kandidaat is om de eerste vaste EU-voorzitter te worden. In het verleden wimpelde de regering in Londen speculaties over de ambities van de oud-premier steevast af met het argument dat het geen zin heeft om steun uit te spreken voor kandidaten "voor een job die nog niet bestaat".

Het vaste voorzitterschap is een innovatie van het Europese verdrag van Lissabon. De vervanging van de roterende voorzitterschappen van de lidstaten door een vaste voorzitter, die verkozen wordt voor een mandaat van 2,5 jaar, moet de EU een gezicht op het wereldtoneel geven. Het is echter nog niet duidelijk of Lissabon van kracht kan worden. Op 2 oktober stemmen de Ieren over het verdrag en ook de Duitse, Poolse en Tsjechische presidenten moeten hun fiat nog geven.

In een reactie op de verklaringen van Kinnock ontkende een woordvoerder van Blair meteen dat de oud-premier zijn officiële kandidatuur heeft gesteld. "Zoals we steeds hebben gezegd: er is niets om kandidaat voor te zijn, want de functie bestaat niet eens", stelde de zegsman.

Volgens Kinnock heeft Blair "de sterke persoonlijkheid" en "de status" die nodig is om een gooi te doen naar de functie. Blair is echter zeer omstreden. België bijvoorbeeld verkiest een voorzitter die afkomstig is uit een lidstaat die tot de eurozone behoort. Anderen stellen dan weer dat de onvoorwaardelijke deelname van de oud-premier aan de invasie van Irak zijn kansen heeft gefnuikt.