De relatie tussen de asielcentra en het hoofdbestuur van Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, verloopt stroef. Dat stelt het Rekenhof in zijn onderzoek naar de personeelscyclus bij Fedasil.

Het verslag van het onderzoek is al voorgelegd aan het federaal parlement. In zijn conclusie stelt het Rekenhof dat Fedasil, dat operationeel is sinds mei 2002, 'al belangrijke stappen heeft gezet om tot een gedegen interne beheersing van de personeelscyclus te komen'.

Toch blijven er nog verbeteringen mogelijk. Zo stelt het Rekenhof een stroeve relatie vast tussen de asielcentra en het hoofdbestuur. De communicatiedoorstroming verloopt niet vlot en bij de centra zijn de bevoegdheden op het vlak van personeelsbeleid nog onvoldoende vastgelegd. Ook worden de personeelsdossiers soms gebrekkig beheerd.

Lof is er voor de belangrijkste personeelsprocessen bij Fedasil - zoals de werving en selectie en de betaling van salarissen - die 'efficiënt, effectief en ethisch' verlopen.

Tegelijk stelt het Rekenhof dat veel aanwervingen onvoldoende worden gemotiveerd. Het Rekenhof merkte tijdens zijn onderzoek dat bij de aanstelling van vijf van de acht leidinggevenden het akkoord van de toezichthoudende minister van Maatschappelijke Integratie en de minister van Begroting ontbrak. Van de vier mandaatfuncties werden er ook maar twee ingevuld.