Een verrassend hoofdstukje in het regeerakkoord is dat over een ‘vernieuwd sociaal beleid’.
De onderhandelaars van CD&V, SP.A en N-VA zijn erin geslaagd de afzonderlijke plannen die ze hadden in het sociale domein en die op de rand van de federale bevoegdheden liggen, aan elkaar te koppelen en voor te stellen als een geïntegreerd model van nieuwe Vlaamse sociale politiek.
 
Er komt, zo luidt het in het regeerakkoord, een ‘basisdecreet’ over een ‘krachtig en vernieuwd beleid’ dat ‘de sociale bescherming’ van de Vlaming versterkt. Geen sociale zekerheid, wel sociale bescherming.
 
Wat komt daarin? Ten eerste de bestaande Vlaamse zorgverzekering, die niet-medische kosten van zorgbehoevenden dekt.
 
Ten tweede een maximumfactuur (vergelijkbaar die van de federale gezondheidszorg) voor wie meer kosten heeft dan aanvaardbaar geacht wordt door de thuiszorg die hij nodig heeft.
 
Ten derde een vergelijkbare maximumfactuur voor de verblijfskosten in het rusthuis: op lange termijn moet die ertoe leiden dat die kosten niet meer boven het pensioen van de betrokkene uitstijgen.
 
Ten vierde is er de hospitalisatieverzekering, die een deel van de supplementen dekt die in tweepersoonskamers gevraagd kunnen worden.
 
Ten slotte is er ‘de nieuwe regeling voor de financiële ondersteuning van kinderen’: een kindertoeslag tot 3 jaar voor iedereen, en daarna een schooltoeslag voor lagere-inkomensgezinnen.
 
Daaraan gekoppeld zijn een hoofdstukje over armoedebeleid en de bepalingen over de wachtlijsten en dergelijke; die counteren meteen de kritiek uit ACW-hoek dat er door de eerste initiatieven niet genoeg geld overblijft voor de wachtlijsten en de armoedebestrijding.