Zelfs als Vandenbroucke niet terugkeert op Onderwijs, zal het beleid zijn handtekening dragen. 

 Veel punten uit het onderwijshoofdstuk dragen de stempel van SP.A- onderhandelaar Frank Vandenbroucke, die zichzelf tegenwoordig trouwens ‘Frank Vande’ noemt. De tekst zet het begrip talent centraal en bevestigt de afspraken van het Pact Vlaanderen 2020, onder meer: het aandeel jongeren die zonder kwalificatie de school verlaten, moet tegen het eind van de regeerperiode dalen tot 12 of zelfs 10 procent.

Nieuw is dat het loopbaanbegin aantrekkelijker moet worden voor jonge leraars en voor wie later leraar wordt. 
Ook nieuw is de klemtoon op de ‘netwerkschool’ of ‘de brede school’; ze moet meer doen dan les geven en moet ook buiten de schooluren openstaan voor leerlingen en anderen. Ze moet ook openstaan voor de arbeidswereld: in alle arbeidsmarktgerichte opleidingen worden stages verplicht.
 
Er ligt een zware klemtoon op de verbetering van de taalvaardigheid Nederlands; en ook Nederlandsonkundige ouders worden daarin betrokken.
 
De kleuterklassen zullen kleiner worden. De verhoogde schooltoelage vanaf 3 jaar wordt een middel om de kleuterparticipatie aan te moedigen, maar ook een drukkingsmiddel om ouders ertoe aan te zetten het spijbelen van hun kinderen tegen te gaan.
 
Voor het middelbaar onderwijs wordt het plan-Monard de basis voor de gesprekken. De ombouw van het buitengewoon onderwijs moet gebeuren met een ‘draagvlak ook in het onderwijs’.
Het hoger onderwijs krijgt in vijf jaar 10 procent meer geld. 
 
20 procent van de studenten moet minstens één studieperiode in het buitenland doorbrengen. De kansengroepen moeten meer doorstromen tot het hoger onderwijs. 
 
Het akkoord zet ook zwaar in op het levenslang leren.