Brokstukken zijn van Franse Airbus
Foto: afp

De wrakstukken die een Braziliaanse luchtmachtpiloot op zee heeft ontdekt, behoren zeker toe aan het Air France-toestel dat zondagnacht boven de Atlantische Oceaan verdween. Dat zegt de Braziliaanse minister van Defensie Nelson Jobim.

 

In de buurt van de plek waar de Airbus vermoedelijk neerstortte, werden dinsdag vliegtuigstoelen en andere onderdelen ontdekt. De brokstukken dreven zo'n 650 kilometer ten noordoosten van de eilandengroep Fernando de Noronha, zei de luchtmacht. Ze waren kilometers ver uit elkaar gedreven.

De zeediepte varieert in het gebied waar de brokstukken werden gevonden tussen de 1.500 en 4.800 meter. Frankrijk stuurt een onderzoeksschip naar het gebied dat over onderwaterrobts beschikt die tot 6.000 meter diep kunnen.

Brazilië heeft bij de zoekactie vijf vliegtuigen, twee helikopters en drie schepen ingezet. Een Frans marineschip voer vanaf de kust van West-Afrika naar het vermoedelijke rampgebied, midden op de Atlantische Oceaan. Vanuit Senegal waren ook Franse militaire vliegtuigen ingezet. Spanje en de Verenigde Staten zetten een verkenningsvliegtuig in.
 
Drie handelsschepen bevinden zich  in de omgeving van de ramp.  "We hebben aan drie koopvaardijschepen in de regio gevraagd hun route aan te passen om eventueel hulp te bieden", aldus een woordvoerder van de Braziliaanse marine.
 
Slachtoffers
 
Het vermiste toestel van Air France had 216 passagiers en 12 bemanningsleden aan boord. De Franse president Nicolas Sarkozy zei dinsdagavond dat er geen hoop op overlevenden meer is.
 
Uit een lijst van het ministerie van Transport blijkt dat er mensen van 32 verschillende nationaliteiten op de vlucht zaten. De meeste slachtoffers waren Brazilianen en Fransen, maar bij de passagiers waren er ook twee Belgen. 
 
Een van hen zou de Belgisch-Braziliaanse prins Pedro Luiz de Orleans e Bragança zijn. Hij is de zoon van de Belgische prinses Christine de Ligne en van de Braziliaanse prins António de Orleans e Bragança Wittelsbach.
 
Radiocontact
 
De Airbus 330 vertrok zondagavond om 19 uur plaatselijke tijd (middernacht onze tijd) uit Rio de Janeiro met bestemming Parijs. Toen het vliegtuig boven de Atlantische Oceaan was, viel het radiocontact uit.
 
Aanvankelijk hoopte Air France nog dat het alleen een probleem van radiowerking was. Maar toen het vliegtuig tegen landingstijd niet opdaagde bij de luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs, was duidelijk dat er iets veel ergers aan de hand was.
 
Bliksem
 
Over de oorzaak van de vermoedelijke vliegramp zeggen luchtvaartexperts nog niet veel te kunnen verklaren. Gedacht wordt aan een combinatie van factoren, zoals hevige turbulentie en mogelijk blikseminslag.
 
Na onderzoek werd gisteravond gezegd dat het vliegtuig in een hevige tropische storm was terechtgekomen, die als het ware een torenhoge muur op de vluchtroute vormde. Een mogelijke oorzaak voor het ongeluk is daarom dat het vliegtuig door een blikseminslag was getroffen en dat daardoor boordinstrumenten onklaar waren geraakt.
 
Opvang
 
Op de luchthavens van Parijs en Rio de Janeiro werden verwanten van de passagiers opgevangen in crisiscentra en afgeschermd van publiek en media. 
 
Als er geen overlevenden zijn, is dit in termen van mensenlevens de zwaarste ramp in de 75-jarige geschiedenis van Air France.