Duitse onderzoekers twijfelen aan de dood van nazicrimineel Aribert Heim, wiens overlijden in februari werd aangekondigd door verschillende media. Dat meldt het Duitse weekblad Der Spiegel.

De televisiezender ZDF en de Amerikaanse krant New York Times (NYT) verklaarden in februari dat Heim, ook gekend als "Dokter Tod", in 1992 was overleden in Egypte, waar hij onder een valse identiteit verbleef. Heim was op dat moment wereldwijd een van de meest gezochte nazi’s. Hij werd ervan verdacht honderden mensen in het concentratiekamp van Mauthausen, in het noorden van Oostenrijk, te hebben gefolterd en vermoord. De oorlogsmisdadiger was ook arts in Buchenwald en Sachsenhausen.

In hun gezamenlijke reportage haalden ZDF en NYT zijn zoon Rüdiger Heim aan als hun belangrijkste bron. Hij bevestigde dat zijn vader tijdens de Olympische Spelen in Barcelona (1992) aan kanker was overleden. De media toonden ook meerdere officiële documenten die deze stelling bevestigden.

Maar volgens Der Spiegel zijn de politiediensten Baden-Württemberg, die zich in het dossier hadden verdiept, niet onder de indruk van de documenten. Ze leveren "geen enkel bewijs van zijn dood", luidt het in het blad.

Op basis van nieuwe informatie die werd verzameld in Duitsland en andere landen, heeft de politie verklaard het onderzoek verder te zullen zetten, waarbij alle mogelijkheden open worden gehouden. De onderzoekers zijn er bovendien van overtuigd dat het netwerk dat de nazimisdadiger ondersteunde uitgebreider is dan aanvankelijk werd aangenomen.

Zo zou "Dokter Tod" per overschrijving geld vanuit Zwitserland en de Verenigde Staten hebben ontvangen. Het Simon Wiesenthalcentrum, dat gespecialiseerd is in het traceren van nazicriminelen, had eerder al aangegeven niet te geloven in de dood van Aribert Heim.