Verbod koppelverkoop strijdig met Europese regelgeving
Foto: mark renders
Het Europees Hof van Justitie heeft het Belgische verbod op koppelverkoop strijdig bevonden met de Europese handelsregels. Dat is vernomen van het Kabinet van minister van Economie Vincent Van Quickenborne.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat het Belgische algemene verbod op 'gezamenlijk aanbod aan consumenten' strijdig is met de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. Het verbod op gezamenlijk aanbod, beter gekend als het verbod op koppelverkoop, houdt in dat de verkoop van producten of diensten, zelfs indien deze gratis zijn, niet mag gekoppeld worden aan de verkoop van andere producten of diensten.

Het Belgische verbod op koppelverkoop is ruim 70 jaar oud. Door de Europese uitspraak kunnen Belgische rechtbanken het algemene verbod niet langer hanteren om koppelverkopen aan consumenten te verbieden. Daarmee ligt de weg open voor tal van bedrijven om verkooptechnieken toe te passen die in het buitenland wel mogen worden gebruikt.

Een bekend voorbeeld is het verkopen van gsm's tegen een lage prijs, met een abonnement dat eraan gekoppeld wordt. Recent ontstond nog beroering over de hoge prijs van de nieuwe iPhone 3G in België.  Deze prijs was, volgens de Belgische verdeler Mobistar, te wijten aan het feit dat hij de verkoop van iPhones niet op een wettige manier kon koppelen aan de verkoop van een mobiel abonnement.

Onder meer de werkgeversfederatie VBO, de distributieorganisatie Fedis ende consumentenprganisatie  Test-Aankoop ijverden al langer voor de afschaffing van het verbod.  Bovendien was België met zijn verbod op koppelverkoop een buitenbeentje in Europa.  Commerciële acties die een koppelverkoop inhielden en pan-Europees werden georganiseerd moesten steeds worden aangepast voor België.  Dit is nu verleden tijd.

Volgens Gerrit Vandendriessche van het advocatenkantoor Altius betekent het arrest echter niet dat koppelverkopen nu onder alle omstandigheden geldig zijn.  Een koppelverkoop kan nog steeds worden verboden als deze strijdig is met het algemeen verbod op oneerlijke handelspraktijken, bijvoorbeeld indien de koppeling misleidend wordt voorgesteld.

Het belang van het arrest overstijgt de problematiek van het verbod op koppelverkoop, zegt Vandendriessche.  'De redenering van het Hof kan immers ook worden toegepast op andere regels die de Belgische handelspraktijkenwet nog bevat. Zo zullen de regels over solden, de sperperiode en de aanduiding van prijsvermindering allicht op losse schroeven komen te staan.'

De uitspraak van het Europese hof komt niet geheel onverwacht.  De Europese Commissie stelde de Belgische staat reeds in gebreke omdat België het verbod op koppelverkoop niet had geschrapt bij de omzetting van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.  

De ingebrekestelling van de Europese Commissie viseerde overigens ook de soldenregeling en de regels over prijsaanduidingen, zodat het te verwachten valt dat deze regels ook zullen sneuvelen.  De bal ligt nu in het kamp van de Belgische wetgever die, om een eventuele veroordeling te vermijden, de Belgische handelsprakijkenwet dient aan te passen aan de Europese Richtlijn.

Minister Van Quickenborne zegt  tevreden te zijn met het arrest. Hij wijst erop dat hij zich steeds tegen het verbod heeft gekant omdat het slecht is voor de handel en voor de consument. 'Het verbod op de koppelverkoop beperkt de vrijheid van handel. Het belemmert de concurrentiekansen van onze zelfstandigen en bedrijven ten opzichte van het buitenland. Het sluit de consument uit van het voordeel van allerlei promotionele aanbiedingen en prijskortingen', aldus minister Q.