Er gaapt een kloof tussen het vertrouwen dat de Vlamingen en Franstaligen in dit land hebben in hun onderwijs.

94 procent van de Vlamingen heeft een ‘groot’ of een ‘eerder goed’ vertrouwen in zijn onderwijs. Bij de Franstalige Belgen is dat nauwelijks meer dan de helft daarvan: amper 53 procent.

Dat is opvallendste gegeven uit vertrouwensbarometer van marktonderzoeksbureau Ipsos; dat ondervroeg in maart 2009 een representatief staal van 1.050 mensen daarvoor. In de resultaten moet rekening gehouden worden met een foutenmarge van 3 procent. Het is ook de eerste keer dat Ipsos dit onderzoek doet; pas na een aantal malen blijkt echt hoe accuraat en relevant zulke gegevens zijn.


Het grote verschil in vertrouwen in het onderwijs tussen beide landsdelen komt niet uit de lucht vallen. Het komt overeen met objectieve kwaliteitsmetingen die gebeurden, onder meer in het PISA-onderzoek van de Oeso. Daarin scoort het Vlaams onderwijs bij de besten, het Franstalig beduidend minder. Ze scoren in dat Oeso-onderzoek echter niet op alle punten verschillend: zowel het Vlaams als het Franstalig onderwijs zijn zwak voor wat betreft het wegwerken van sociale verschillen onder leerlingen.

Het vertrouwensverschil inzake onderwijs is geen uitzondering. Ook voor andere instellingen scoort Franstalig België minder hoog: vertrouwen in de werkgevers, in de banken, in de politie, in de media. Alleen de religieuze autoriteiten, de Belgische regering, en de politiek in het algemeen, scoren lichtjes hoger in Franstalig België. Maar die instellingen krijgen over heel de lijn bijzonder lage scores.

Onderwijs krijgt de op een na hoogste score. De gezondheidszorg staat aan de top. Gezondheidszorg en onderwijs staan in alle vertrouwensindexen die in ons land worden opgesteld, vooraan.

Ook voor gezondheidszorg scoort Vlaanderen (94 procent) beduidend beter dan Franstalig België (76 procent); het verschil is minder groot dan voor het onderwijs.

Berust ook dat verschil in vertrouwen op objectieve gegevens? Is de gezondheidszorg in Vlaanderen beter? Of is de Franstalige Belg alleen maar meer wantrouwend?