EXCLUSIEF. interview met Bob Dylan (deel 4)
Foto: vum

Op 28 april verschijnt het 33ste album van Bob Dylan. Geheel tegen zijn gewoonte in praatte Dylan uitvoerig met journalist Bill Flanagan over het album, politiek, kunst, en vele andere zaken. DE STANDAARD biedt u elke maandag een nieuwe aflevering van het interview aan. Vandaag deel 4.

Even terug naar de politiek. Wat vind je als inwoner van Minnesota van Jesse Ventura?

Hij heeft wel een paar goeie dingen gedaan of probeerde dat toch. Ik heb hem nooit ontmoet. Eigenlijk weet ik alleen dat hij gouverneur is en een fan van de Rolling Stones.
 
Je oude kompanen?
 
Ik hoor nog af en toe iets van Keith, maar dat is het zowat.
 
Wat vind je tegenwoordig van de Stones?
 
Wat ik van hen vind? Ze zijn min of meer uitgeteld, niet?
 
Ze werkten vorig jaar een megatournee af. Vind je dat uitgeteld?
 
Nu je het zegt. Bedoel je Steel Wheels? Ik zeg niet dat ze niet blijven voortboeren, maar ze hebben toch echt Bill nodig. Zonder hem zijn ze eigenlijk een funkband. Ze zullen pas weer de Rolling Stones zijn als ze er Bill opnieuw bij krijgen.
 
Bob, je bent in de jaren tachtig blijven steken.
 
Ik weet het. Ik probeer daaraan te ontsnappen.
 
Denk je echt dat de Stones het gehad hebben?
 
Natuurlijk niet. Ze hebben het nog lang niet gehad. De Rolling Stones zijn echt de grootste rock-'n-rollband ter wereld en zullen dat altijd blijven. De laatste ook. Alles dat na hen kwam, metal, rap, punk, new wave, pop-rock, noem maar op ... kan je allemaal terugvoeren naar de Rolling Stones. Zij waren het begin en zijn het einde en niemand heeft ooit beter gedaan.
 
Van THIS DREAM OF YOU gaat zo'n heerlijke 'South of the Border' sfeer uit, maar tegelijkertijd hoor ik echo's van Sam Cooke, de Coasters, de Brill Building en Phil Spector. Waren die platen uit jaren vijftig en zestig belangrijk voor je? Heb je iets van die sfeer proberen te vatten in THIS DREAM OF YOU?
 
Die albums uit de fifties en sixties waren ontegensprekelijk belangrijk. Wellicht waren dat de laatste hoogtepunten van de echte muziek. Sindsdien of misschien sinds de seventies zijn het allemaal mensen die met computers spelen. Sam Cooke, the Coasters, Phil Spector, hun muziek was fantastisch, maar ze drongen in die tijd niet echt tot me door.
 
Ik luisterde toen naar Son House, Leadbelly, de Carter family, Memphis Minnie en ballads over liefde en dood. Als songwriter wilde ik kunnen schrijven zoals Woody Guthrie en Robert Johnson. Tijdloos en voor eeuwig. De enkele radioballads die de tand des tijds hebben doorstaan, zijn bijna allemaal producten van Doc Pomus. Spanish Harlem, Save the Last Dance for Me, Little Sister … en nog een paar andere.
 
Dat waren fantastische songs. Doc was een kerel met soul. Als je bedoelde dat je een beetje van hem hoorde in THIS DREAM OF YOU, dan beschouw ik dat als een compliment.
 
Ook al gaan veel van de tracks over de liefde, er zit ook heel wat pijn in het album – soms zelfs binnen dezelfde song. BEYOND HERE LIES NOTHING drijft bijvoorbeeld op een soort akelig voorgevoel. Je wandelt door "boulevards of broken cars". Je zal liefhebben "as long as love will last". Is pijn onlosmakelijk verbonden met liefde?
 
Toch zeker in mijn songs. Pijn, seks, moord, familie – het is van alle tijden. Goedheid. Eer. Liefdadigheid. Je moet het er allemaal in verwerken. Je wordt verondersteld dat te weten.
 
Terug naar THIS DREAM OF YOU. Het personage zingt: “How long can I stay in this nowhere café?” Waar bevindt dat café zich?
 
Het klinkt alsof het net ten zuiden of vlakbij de grens ligt.
 
Je houdt het liever voor jezelf?
 
Nee, het is niet dat ik het voor mezelf wil houden. Maar als je dat soort gedachten en gevoelens koestert, weet je waar die kerel zich bevindt. Hij is precies waar jij bent. Als je dat soort gedachten en gevoelens niet hebt, bestaat hij gewoon niet.
 
Het personage in de song doet me denken aan de kerel in het nummer ACROSS THE BORDERLINE.
 
Ik begrijp wat je bedoelt, maar het gaat niet om een personage in een boek of een film. Het is geen buschauffeur. Hij bestuurt geen vorkheftruck. Hij is geen seriemoordenaar. Ik zing het gewoon, niet meer dan dat. Je mag zangers en performers niet verwarren met acteurs. Acteurs zeggen altijd: “Mijn personage zus en mijn personage zo.” Totaal onzinnig. Wie wil er nu iets over een personage horen? Doe gewoon je job. Je hoeft het me niet uit te leggen.
 
Kan een zanger een song niet uitbeelden?
 
Natuurlijk wel. Er zijn er heel wat die dat doen. Maar hoe meer je acteert, hoe meer je de waarheid achter je laat. En veel van dat soort zangers weten na een tijdje gewoon niet meer wie ze zijn. Zing vaak genoeg “I’m a lineman for the county,” en op den duur ga je ook echt in telefoonpalen klimmen.
 
Welke acteur mag zich van jou eens aan THIS DREAM OF YOU wagen?
 
Tjonge, wat een vraag. Geen idee. James Cagney of Mickey Rooney?
 
Wat dacht je van Humphrey Bogart?
 
Ja, hij natuurlijk ook. Gek toch, acteurs en hun identiteit. Elke keer als ik Val Kilmer tegen het lijf loop, kan ik het niet laten. Dan zeg ik: “Wel, wel, Johnny Ringo. Je ziet eruit alsof er net iemand over je graf liep.” En elke keer zegt Val: “Bob, Johnny Ringo, dat ben ik niet. Dat was maar een rol in een film.” Misschien heeft ie gelijk, maar misschien ook niet. Volgens mij heeft hij het mis, maar hij klinkt zo oprecht. Je moet maar geloven dat hij echt denkt dat hij gelijk heeft.
 
Vind je dat acteurs oprecht moeten zijn?
 
Helemaal niet. Mae West was dat niet. Zij was gewoon wie ze was op het scherm. Net als Jimmy Stewart en Burt Lancaster.
 
En Johnny Weissmuller.
 
Ja, en Lon Chaney ook.
 
In dat geval zou Alec Guinness dus Hitler zijn?
 
Zeker, een deel van hem wel. Uiteraard is hij niet Hitler. Noch iemand anders. Hitler was Hitler.
 
Herinner je je nog beelden van Hitler uit je jeugd?
 
Nee, niet uit mijn jeugd. Hij was al dood toen ik vier of vijf jaar was. Ik heb dat nooit goed begrepen.
 
Wat heb je nooit goed begrepen?
 
Hoe je een mislukte landschapschilder omvormt tot een fanatieke gek die miljoenen mensen manipuleert. Ongelofelijk toch. Ik bedoel, de krachten die hem hebben gecreëerd, moeten fenomenaal geweest zijn.
 
Wel, de sociale en economische omstandigheden van de Weimarrepubliek waren helemaal anders dan de huidige.
 
Uiteraard, achteraf gezien kan je wel begrijpen dat iemand moest ingrijpen. Maar toch, het is zo verbijsterend. Waarom hij? Je kon toch zien dat die kerel een totale idioot was. Hij had helemaal niets arisch. Je zou z'n voorouders nooit kunnen raden. Bruin haar, bruine ogen, een ziekelijk uiterlijk, geen houding, hitlersnorretje, regenjas, rijzweepje, de hele mikmak.
 
Maar iets had hij donders goed begrepen. Hij begreep dat de mensen niet nadenken. Kijk naar de miljoenen gezichten van de mensen die hem verafgoodden en je ziet dat hij liefde opwekte. Dat is zo beangstigend en triest. De fakkel van het gesproken woord. Ze zouden hem overal hebben gevolgd, trouw tot in de kist. En dat is precies wat hij deed natuurlijk. De kerkhoven met hen vullen.
 
Dat doet denken aan Hitler die de menigte toespreekt in Triumph des Willens van Leni Riefenstahl. 
 
Ja, het is overduidelijk.