De vliegtuigcrash is een nieuwe klap voor de Spaanse luchtvaartmaatschappij die financieel in woelig water zit.
De vliegtuigramp op de luchthaven van de Spaanse hoofdstad Madrid is een nieuwe opdoffer voor de Spaanse luchtvaartmaatschappij Spanair. De op een na grootste luchtvaartmaatschappij van Spanje had zich zijn twintigste verjaardag wellicht anders voorgesteld. De Zweedse moedermaatschappij SAS zette Spanair vorig jaar in de etalage. Begin dit jaar waren er nog overnamegesprekken met het Spaanse Iberia, maar die sprongen af.

Vorige maand werd bekendgemaakt dat een derde van de 3.800 banen bij de luchtvaartmaatschappij sneuvelen. Er werden ook enkele routes geschrapt. Dat is het gevolg van de crisis in de luchtvaartsector. Door de hoge olieprijzen zien de maatschappijen hun kosten hoog oplopen.

Het eerste halfjaar werd 81 miljoen verlies geboekt bij Spanair. De toekomst van Spanair wordt door de vliegtuigcrash nog onzekerder.

Spanair richt zich vooral op binnenlandse en Europese vluchten. In 2006 vervoerde de maatschappij 10,6 miljoen passagiers en boekte ze 10,6 miljoen euro winst. Ze beschikt over een vloot van 65 vliegtuigen.