De Westvlaamse striptekenaar Maurice De Bevere, beter gekend onder de naam Morris, is in Brussel overleden. Dat schrijft de Franse krant Sud Ouest vandaag. Morris was de geestelijke vader van Lucky Luke. Hij werd 78 jaar oud.
Volgens een woordvoerder van Dargaud zou Morris vorige week bij een valpartij zijn dijbeen gebroken hebben, iets wat een heelkundige ingreep opdrong. Tijdens de operatie kreeg hij een bloedklonter in de longen, die tot zijn dood leidde.

Vorig jaar had hij in een tv-interview nog gezegd dat hij met potlood en tekenpapier begraven wilde worden.

Morris startte zijn loopbaan in 1945, een jaar later creëerde hij de bekende stripheld Lucky Luke. In 1955 begon Morris aan een samenwerking met scenarioschrijver René Goscinny, die duurde tot aan de dood van die laatste in 1977. De Amerikaanse producenten Hannah en Barbara maakten ook enkele Lucky Luke-tekenfilms. Verder baseerde acteur/regisseur Terence Hill een film op het stripfiguur.

Morris zei ooit in een interview dat zijn vroegere uitgever Dupuis hem had gevraagd de perfecte held te creëren. De tekenaar zei dat het moeilijk was gebleken om zo'n personage interessant te houden voor het publiek. Ooit werd Morris geprezen door de Wereldgezondheidsorganisatie omdat hij Lucky Luke niet langer tekende met een eeuwige sigaret in zijn mond. De held, die op het eind van het verhaal altijd de ondergaande zon tegemoet rijdt onder het zingen van «I'm a poor lonesome cowboy and a long way from home...», kauwde voortaan op een strootje.

Lucky Luke is één van de meest bekende figuren uit de stripgeschiedenis. Hij beleeft meestal komische avonturen, waarin de vier neven Dalton de slechteriken spelen. Aan het eind van elk verhaal rijden Lucky Luke en zijn onafscheidelijke paard Joly Jumperde horizon tegemoet.

In totaal maakte Morris 87 Lucky Luke-albums. Zijn werk is vertaald in dertig talen. Van de verschillende albums van Lucky Luke zijn wereldwijd meer dan 300 miljoen exemplaren verkocht.