Vice Premier, Minister van Justitie en Institutionele Hervormingen Jo Vandeurzen heeft omstreeks 16 uur zijn ontslag ingediend bij de Eerste Minister. Hierbij de ontslagbrief van de minister.
Brussel, 19 december 2008

Geachte heer Eerste Minister,

Uit de mededeling van de Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie leid ik af dat, volgens de Eerste Voorzitter, geen uitsluitsel gegeven kan worden over de wettelijkheid van mijn optreden in het dossier Fortis.

Dit is voor mij als mens, maar ook voor mij als politicus en minister, een zeer pijnlijke en onaanvaardbare situatie. Ik heb er ondertussen mee leren leven dat in deze tijden de perceptie belangrijker is dan de waarheid of de werkelijkheid. Ik kan evenwel niet aanvaarden dat men van mij als minister van justitie verwacht dat ik mijn bevoegdheden m.b.t. een goede werking van justitie op een àndere manier zou uitoefenen, omdat de Belgische staat partij is in een geding. Dat grote omzichtigheid geboden is, is evident. Dat ik mijn plicht moet veronachtzamen: neen.

Een minister van justitie die een grondige en broodnodige hervorming van justitie wil doorvoeren, moet daarvoor het gezag en de geloofwaardigheid hebben. De schijn van betrokkenheid bij ontoelaatbare praktijken (als die er al zouden zijn), zou dit verhinderen.

Ik vind, mijnheer de Eerste Minister, dat u de jongste jaren vaak op een unfaire manier bent behandeld. Ik wens u en ook alle collega’s ministers oprecht te bedanken voor de boeiende periode die ik in deze regering mocht meemaken. Ik heb getracht een goede teamspeler te zijn en mij collegiaal en solidair op te stellen. Ik heb – en daarmee ook justitie - veel kansen gekregen.

Ik houd eraan mijn kabinetsmedewerkers publiek hulde te brengen. Ze hebben keihard gewerkt. We hadden heel veel op stapel staan. Integriteit en engagement waren ons handelsmerk in een beleidsdomein dat ons elke dag confronteerde met de dunne scheidingslijn tussen de machten.

Ik dank eveneens mijn fractie in kamer en senaat voor hun steun en medewerking. En diezelfde dank betuig ik de parlementsleden uit de commissie justitie van kamer en senaat.

Voor mij is ons parlement toe aan een grondige bezinning over haar functioneren en de vraag hoe deze instelling opnieuw met gezag een plaats kan innemen in de werking van de instellingen.

De geschiedenis zal aantonen op welke manier de magistratuur zelf een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in het tot stand komen van deze crisis van de instellingen. Als men meer autonomie wil, zal men ook moeten aantonen in staat te zijn daar op een verantwoordelijke manier mee om te gaan.

Ik ben als idealist in de politiek gestapt en heb er veel kansen gekregen, waarvoor dank aan mijn partij die ik trouw zal blijven. Ik wil met opgeheven hoofd mijn familie en vrienden recht in de ogen kunnen blijven kijken.

Daarom verzoek ik u, mijnheer de eerste minister, mijn ontslag aan de Koning aan te bieden.

Met de meeste hoogachting,

Jo Vandeurzen