'Aanwijzingen maar geen juridische bewijzen'
Foto: belga
Er zijn aanwijzingen over politieke beïnvloeding van het gerecht, maar juridische bewijzen zijn er niet. Dat is de conclusie van het rapport van het Hof van Cassatie over de mogelijke politieke inmenging in de Fortis-zaak.
Het rapport levert vooral kritiek op de kabinetschef van premier Leterme, Hans D’Hondt, en op minister van Justitie Jo Vandeurzen.

In het eerste deel van de nota van het Hof van Cassatie wordt verwezen naar de informatie die Hans D’Hondt op 11 december krijgt van Jan De Groof, de CD&V’er en man van Christine Schurmans, de vrouwelijke rechter die het arrest van het hof van beroep in de Fortiszaak niet wou ondertekenen. De Groof heeft het over een plotse wijziging in de besluitvorming in de zaak.

Gevoelige en vertrouwelijke informatie

Het Hof heeft het over 'zeer gevoelige en vertrouwelijke informatie' waaruit blijkt dat Schurmans haar beroepsgeheim en het geheim van het beraad heeft geschonden. Aangezien dat een strafbaar feit is en iedereen strafbare feiten moet melden, had D’Hondt dit meteen moeten melden aan de procureur des konings.

'Als er onmiddellijk gevolg zou zijn gegeven aan die wettelijke verplichting was onmiddellijk elke dubbelzinnigheid onmogelijk en werd de pas afgesneden aan alle mogelijke toekomstige speculaties. Het is quasi ondenkbaar dat men zich op de kanselarij van de eerste minister geen rekenschap heeft gegeven van de ernst van het lekken van door het beroepsgeheim beschermde informatie en de mogelijke gevolgen hiervan op de verdere afwikkeling van de Fortis-zaak', staat in de nota te lezen.

Volgens premier Leterme werd met de informatie die D’Hondt kreeg niets gedaan. Of dat inderdaad zo is, kon de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers naar eigen zeggen niet nagaan. Hij wijst wel op een 'in het oog springend parallellisme'.

Kritiek op Vandeurzen

Het tweede luik in de nota levert vooral kritiek op minister van Justitie Jo Vandeurzen. Die schakelde procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep Marc de le Court in om na te gaan of in de zaak alles goed verliep. de le Court stelde onder meer voor om de zaak integraal te hernemen met een volledig anders samengestelde kamer en kwam met 'de manifest onontvankelijke klacht' van rechter Schurmans aandragen en dreigde ermee op de zitting gewag te maken van die klacht. Dat zou volgens de nota tot de wraking van de rechters hebben geleid. 'De tussenkomst heeft (...) de zaken sterk bemoeilijkt, met alle gevolgen vandien'.

Cassatie stelt ook vast dat Vandeurzen ofwel niet volledig werd geïnformeerd ofwel de informatie had moeten melden, aangezien het om strafrechtelijke feiten gaat. De nota wijst er ook op dat het optreden van de le Court er onrechtstreeks kwam op initiatief van de kanselarij van de eerste minister, terwijl de Belgische staat via de FPIM betrokken partij is in de Fortis-zaak.

Wat meer doorweegt is de vaststelling van Cassatie dat Vandeurzen 'in een hangende en in beraad gehouden zaak' de procureur-generaal inschakelt om een onderzoek in te stellen. 'Hoogst uitzonderlijk en nog nooit voorgekomen', luidt het verdict.

'In die omstandigheden werd minstens de indruk gewekt dat door de tussenkomst van de procureur-generaal, op verzoek van de minister van Justitie, de twee magistraten van de 18de kamer onder druk werden gezet en er naar gestreefd werd de zaak opnieuw te laten behandelen door een volledig anders samengestelde zetel en zo ’de dramatische wending’ af te wenden', besluit Cassatie.

Reynders

Minister van Financiën Didier Reynders wordt maar zeer zijdelings vermeld in de nota. De nota heeft ook alleen maar betrekking op de beroepsprocedure in de Fortis-zaak.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig