‘Ook al vind ik het bijzonder moeilijk het bestuur van mijn land op te geven, aanvaard ik uw beslissing en dank ik u voor de eer die u mij betuigt. Ik zie daarin overigens een blijk van erkenning voor België, dat zich als stichtende staat onophoudelijk ten volle heeft ingezet voor de opbouw van Europa. Ik heb niet gedongen naar deze hoge functie. Ik heb geen enkele stap ondernomen. Maar ik neem ze vanaf vanavond met overtuiging op.’

'Ik denk dat ik in ieders naam mag spreken, wanneer ik onze collega en voorzitter Frederik Reinfeldt bedank voor zijn buitengewone inspanningen en wanneer ik de wens uit dat hij het halfjaarlijkse voorzitterschap van zijn land zou mogen voltooien, tot 31 december van dit jaar, zoals dit overigens is overeengekomen door de Europese Raad van december 2008, maar vooral uit respect voor het geleverde werk.'

‘De functie waarvoor u mij zopas hebt aangesteld, is nieuw. Het Verdrag van Lissabon heeft terecht meer continuïteit en samenhang willen geven aan de werkzaamheden van de Europese Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders. De halfjaarlijkse voorzitterschappen van een land hebben het voordeel dat elk van de 27 leden wordt betrokken bij het Europese werk. Ze hebben het nadeel dat een perspectief ontbreekt. Ik ben vast van plan ervoor te zorgen dat onze werking in een langdurig proces kadert. Dankzij een perspectief dat langer is dan een periode van 6 maanden, zullen we ons beter kunnen organiseren rond grote meerjarige dossiers zoals de financiële vooruitzichten of de strategie van Lissabon.’

'Ik denk ook dat een 'terugkeer naar de bron' van de Europese Raad nuttig zou kunnen zijn door van tijd tot tijd, ook op vrije en informele wijze, de grote vraagstukken van de Europese opbouw te bespreken. Ik denk in het bijzonder aan de economische en sociale agenda, waarvoor overigens spoed vereist is, aan de uitdagingen op ecologisch en energievlak en aan het verlangen van onze medeburgers naar meer veiligheid en gerechtigheid.'

‘Wij maken een bijzonder moeilijke periode door: de financiële crisis en de dramatische gevolgen voor de werkgelegenheid en begrotingen, de klimaatscrisis die ons voortbestaan bedreigt. Een periode van angst en onzekerheid en een gebrek aan vertrouwen. Nochtans kunnen de problemen worden overwonnen als er gezamenlijke inspanningen worden geleverd in onze landen en tussen de landen onderling. 2009 is tevens het eerste jaar van internationaal bestuur met de oprichting van de G20 in volle financiële crisis. Ook de klimaatconferentie van Kopenhagen is een mijlpaal in het internationale beheer van onze planeet. Onze missie is er een van hoop, ondersteund door daden en actie.’

‘Onze Unie behoort ieder van ons toe. Ze is geen zero sum game of nulsomspel. Europa moet iedere lidstaat ten goede komen. Dit hoofdbeginsel brengt mij tot een tweevoudige gedragslijn. Eerst en vooral zal ik ervoor zorgen de gevoeligheden en belangen van eenieder te eerbiedigen. Ofschoon onze eenheid onze kracht is, is onze diversiteit onze rijkdom. Elk land heeft zijn geschiedenis, cultuur en handelwijze. Ook al voert onze reis ons naar dezelfde bestemming, wij brengen allemaal andere bagage mee. Dat ontkennen zou contraproductief zijn. Zonder respect voor onze diversiteit zullen wij nooit onze eenheid kunnen opbouwen. Dat beginsel zal ik altijd in gedachten houden.’ ‘Uit dit beginsel vloeit een logisch gevolg voort wat de werking betreft. Ik vind dat ieder land als overwinnaar uit de onderhandelingen moet komen. Een onderhandeling met verslagen partijen is altijd een slechte onderhandeling. Als voorzitter van de Raad zal ik naar iedereen luisteren en zal ik ervoor zorgen dat onze besprekingen voor iedereen resultaten meebrengen.’

‘Er is veel gezegd over het profiel van de toekomstige voorzitter van de vergaderingen van de Raad, maar er is slechts één profiel mogelijk: dat van de dialoog, de eenheid en de actie. Het imago van de Raad wordt opgebouwd door de behaalde resultaten.’

’Als ik ervoor wil zorgen dat onze besprekingen worden afgerond zonder verslagen partijen, moeten de Instellingen optimaal functioneren. Na het moeizame traject van het Verdrag van Lissabon denk ik dat we vanaf 1 december voor lange tijd en zelfs voor heel lange tijd over een nieuw institutioneel kader en nieuwe regels beschikken. Het institutionele debat is voor lange tijd gesloten. Ik wil dat kader en die regels die al onze regeringen vrijwillig hebben gekozen, doen functioneren. Ik zal dit doen in permanent overleg met de voorzitters van de Commissie en het Europees Parlement en daarbij permanent het evenwicht van de instellingen in acht nemen. Ik zal dit ook doen met degenen onder u waarvan de regering, bij toerbeurt, de werkzaamheden van de Raad zal voorzitten.

De drie voorzitters moeten streven naar succes. Onderhandelingen zullen vereist zijn, de spanningen zullen productief zijn en het resultaat evenredig. Politieke impulsen die een echte solidariteit uitstralen, zullen onontbeerlijk blijven, met inbegrip van steun aan concrete acties en projecten.

Maar ook de stapsgewijze benadering zal nuttig blijven in ons politieke optreden, zolang we een gezamenlijk perspectief en een gemeenschappelijke koers aanhouden: 'Step by step' maar zonder 'too little too late'.’

‘Het Verdrag heeft een bijzondere verantwoordelijkheid toegekend aan de vaste voorzitter van de Europese Raad. Wat buitenlands beleid betreft, zal hij de Unie op zijn niveau en in zijn hoedanigheid vertegenwoordigen. Ik zal dus de vergaderingen bijwonen van de Toppen met onze partners wereldwijd, en ik zal de standpunten uiteenzetten die de Raad heeft goedgekeurd. Zo zullen onze positie in de wereld, onze veiligheid en onze welvaart voordeel halen uit een sterkere institutionele aanwezigheid. Ik reken ook op de voorzitter van de Commissie om een gelijkaardige rol op te nemen in de domeinen buiten het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid.’

‘De Europese Unie is een belangrijke economische speler, ze vertegenwoordigt een half miljard mannen en vrouwen en draagt een maatschappelijk project waarin solidariteit en creativiteit essentieel zijn. Europa is een Unie van waarden. Daarom hebben wij de verantwoordelijkheid om een belangrijke rol te spelen in de wereld. Die wereld is toekomstloos zonder een groot aantal van onze waarden. Ik hoop overigens dat onze Unie de volgende tweeënhalf jaar wordt uitgebreid met landen die natuurlijk voldoen aan de voorwaarden.’

De Hoge Vertegenwoordiger zal uiteraard op beslissende wijze bijdragen aan de dagelijkse werking van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Zij zal onze voornaamste speler zijn op het vlak van buitenlands beleid.

Dankzij haar dubbele functie kan zij ervoor zorgen dat de verschillende instrumenten van buitenlands beleid waarover onze instellingen en lidstaten beschikken op convergente wijze worden aangewend.

‘Zij zal op ieder ogenblik kunnen rekenen op mijn steun en advies. Voor het overige zal ik, zoals dit ook mijn gewoonte was in de Belgische politiek, zeker de komende weken discreet blijven in de media.

‘Mijn hele politieke leven heeft zich afgespeeld in het teken van wederzijds begrip, eerbied voor tegenstander en reisgezel. Ik zal op die weg voortgaan.’