DUBLIN - De Ierse bevolking heeft een ,,krachtig ja'' laten horen in het referendum over het Verdrag van Nice. Ongeveer 63% van de Ieren heeft voor het verdrag gestemd. De opkomst lag iets hoger dan bij het vorige referendum in juni 2001. Daarmee is één van de obstakels voor de uitbreiding van de Europese Unie uit de weg geruimd.
Uit de telling van de stemmen in een aantal kiesdistricten, waaronder Dublin, bleek al snel dat een meerderheid van zeker 60 procent 'ja' heeft gestemd op de vraag of men zich kan vinden in het verdrag van Nice, dat de EU voorbereidt op de komst van maximaal twaalf nieuwe lidstaten. Premier Bertie Ahern toonde zich tevreden over de eerste resultaten en zei dat de stemmers duidelijk 'ja' hadden gezegd.

In juni 2001 spraken de Ieren zich in een soortgelijk referendum nog uit tegen de uitbreidingsplannen. Toen kwam slechts ongeveer 35 procent van de kiezers opdagen, van wie 54 procent 'nee' stemde. De regering besloot een nieuw referendum te houden en heeft krachtig campagne gevoerd om de Ieren te overtuigen van de voordelen van de EU-uitbreiding. Zij benadrukte daarbij de grote economische groei die de EU Ierland tot nu toe heeft gebracht.

Ierse tegenstanders van de uitbreiding vrezen voor het verlies van de Ierse neutraliteit, een toename van de immigratie en een kleinere rol voor Ierland in een grotere EU. Een tweede 'nee' tegen het verdrag van Nice zou de uitbreiding die nu voor 2004 gepland staat, dwarsbomen.

Als blijkt dat de Ieren zich daadwerkelijk vóór het verdrag hebben uitgesproken, dan zullen in 2004 Cyprus, Malta, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Tsjechië, Slowakije en Slovenië tot de unie kunnen toetreden. Vervolgens zullen in 2007 Roemenië en Bulgarije zich vermoedelijk bij de unie voegen en ook Turkije hoopt zich in een later stadium te mogen aansluiten.

Ierland is het enige land dat een referendum houdt over de uitbreiding van de EU. De andere lidstaten hebben het verdrag van Nice geratificeerd na de goedkeuring van het parlement te hebben gevraagd.