De antieke stad Troje was groter dan tot dusver werd aangenomen. Volgens de Duitse professor Ernst Pernicka, die de opgravingen in het noordwesten van Turkije leidt, wijst het verloop van een verdedigingsgracht uit de late bronstijd (1100-800 voor Christus) duidelijk op een ruimere omvang.
De vraag hoe groot Troje was in de late bronstijd, met name ten tijde van de Trojaanse oorlog, de periode die Homeros vereeuwigde in zijn klassiekers 'Ilias' en 'Odysseus', houdt archeologen al decennialang bezig.

Wetenschappers gingen uit van een oppervlakte van maximaal 27 hectare, maar volgens de nieuwe bevindingen zou dat wel eens tot 35 hectare kunnen zijn. Daarmee zou Troje in de buurt komen van de grootste nederzetting van de late bronstijd in Knossos, op Kreta.

De archeologen vonden enkele dagen geleden in het noordoosten van de archeologische site het verdere verloop van de grachten, waar ze lang naar hadden gezocht. Aan beide zijden van de grachten vonden ze bovendien een door stenen overdekte 'pythos' (een kruik) en straatstenen uit de late bronstijd. Wat er in de kruik zat, moet nog onderzocht worden.

Eerder dit jaar liet professor Pernicka weten dat de archeologische opgravingen in Troje dit jaar nog worden afgesloten, na meer dan 20 jaar.