Meer dan 40 miljoen Turken trekken zondag naar de stembus voor vervroegde parlementsverkiezingen. Nu al staat vast dat de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) van premier Recep Tayyip Erdogan aan het langste eind trekt. De vraag is alleen hoe groot de overwinning wordt voor de islamitisch-conservatieve partij.
De laatste peilingen geven de AKP meer dan 40 procent van de stemmen, wat gelijkstaat met een klinkende verkiezingsoverwinning en goed is voor een absolute meerderheid. Er is echter het complexe Turkse verkiezingssysteem. Veel stemmen betekent niet automatisch veel zitjes in het parlement. Veel zal ook afhangen van het aantal partijen dat erin slaagt boven de stevige kiesdrempel van 10 procent te springen.

Erdogan schreef in juni vervroegde verkiezingen uit nadat zijn partij er in het parlement niet in was geslaagd de benodigde tweederdemeerderheid te halen om Abdullah Gül, de huidige minister van Buitenlandse Zaken, aan het presidentschap te helpen. De oppositie zag het schrikbeeld van een machtsgreep van de AKP opdoemen en vreesde voor de seculiere tradities van Turkije, waarbij er een strikte scheiding is tussen kerk en staat.

Laïcistisch Turkije

'Turkije is laïcistisch en zal dat blijven', klonk de slogan in mei toen meer dan een miljoen mensen de straat optrokken. De verdeeldheid tussen seculieren en religieuzen was compleet, en het leger -naast de gerechtelijke macht en de bureaucratie de behoeder van de erfenis van stichter van de Republiek Kemal Atatürk- deed daar nog een schepje bovenop. Het stelde in een mededeling bereid te zijn 'te doen wat nodig' om het laïcisme te vrijwaren.

Vreemd genoeg is de rol van de religie in het bestuur van Turkse staat, de kwestie die toch rechtstreeks aan de basis lag van de politieke impasse, niet echt een thema geweest in de verkiezingscampagne. Veel meer kon de oppositie scoren met het veiligheidsthema. De Koerdische rebellen van de PKK hebben de laatste maanden opnieuw van zich laten horen, en de regering-Erdogan wordt een gebrek aan krachtdadig optreden verweten.

Oppositie

Vooral de extreemrechtse MHP, na de Republikeinse Volkspartij (CHP) de derde partij in Turkije, hoopt daar electoraal munt uit te slaan. Beide oppositiepartijen halen volgens de laatste peilingen vlot de kiesdrempel van 10 procent. De twee zijn ook voorstander van een militair (grensoverschrijdend) ingrijpen tegen de PKK-kampen in het noorden van Irak.

De regering heeft haar anti-PKK retoriek de laatste weken wat opgedreven met de uitspraken van minister Gül dat er wel degelijk plannen zijn voor zo'n operatie, maar sowieso kon ze niet tippen aan MHP-voorzitter Devlet Bahceli. Die pleitte voor een herinvoering van de doodstraf om de tot levenslang veroordeelde PKK-leider Abdullah Ocalan alsnog te kunnen executeren.

Europese Unie

De AKP speelde in de campagne vooral de sterke economische prestaties en het terugdringen van de inflatie van de regering-Erdogan uit. Dat zal de partij ook geen windeieren leggen. In tegenstelling tot in 2002 speelde het thema Europese Unie nu geen enkele rol. In het licht van de stokkende toetredingsonderhandelingen zijn de Turken veel minder enthousiast geworden over EU-lidmaatschap, en Erdogan liet het thema in de campagne dan ook zorgvuldig links liggen.

Wat ook het resultaat wordt van de stembusslag zondag, de eerste taak van het nieuw verkozen parlement wordt niet de vorming van een nieuwe regering, maar de verkiezing van een opvolger voor president Ahmet Necdet Sezer. En als de AKP er daarbij niet in slaagt een compromiskandidaat naarvoor te schuiven, dreigt een herhaling van de politieke impasse, met mogelijk nieuwe verkiezingen in de herfst.