Explosie zaait paniek in New York
In de New-Yorkse wijk Manhattan is woensdag een persoon om het leven gekomen toen een 83 jaar oude ondergrondse stoompijp ontplofte. Het 57-jarige slachtoffer overleed door een hartaanval. Rond de dertig mensen raakten gewond, van wie minstens vier er slecht aan toe zijn.
De explosie, die zich tijdens de avondspits voordeed in Lexington Avenue in de buurt van het treinstation Grand Central, zorgde voor paniek. Veel mensen dachten dat er een aanslag werd gepleegd.

Een geiser van stoom en modder spoot na de explosie de lucht in, stukken puin vlogen in het rond en de lucht in de omgeving was gevuld met stof. De stoom spoot hoger dan het nabijgelegen Chrysler Building, dat 76 verdiepingen telt.

Op Grand Central zetten duizenden reizigers het op een rennen toen er werd geroepen dat ze de stationshal moesten verlaten. Getuigen meldden dat gebouwen door de explosie begonnen te trillen op hun grondvesten.

De explosie veroorzaakte een krater met een doorsnee van 7,5 meter in de straat. Een sleepwagen werd door het gat verzwolgen. Een voorbijganger die onder de modder zat, bankier Heiko Thieme, zei dat het leek alsof er een vulkaan uitbarstte. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er asbest de lucht in is gespoten, zei burgemeester Michael Bloomberg. Een deel van de stoompijpen die in New York onder de grond lopen zijn omwikkeld met asbest.

De oorzaak van de explosie was niet direct duidelijk. In 1989 vielen bij een soortgelijke explosie drie doden. Die explosie werd veroorzaakt door condensatie in de pijp.