Guy Verhofstadt: Hommage aan Hugo Claus
Foto: belga
Premier Guy Verhofstadt is droef afscheid te moeten nemen van 'de meester'. 'Maar anderzijds heb ik er ook vrede mee dat hij er zo over heeft beslist. Want hij is als een grote gloeiende ster van ons heen gegaan.'
Hugo Claus is niet meer. Getroffen door Alzheimer besliste hij een waardige dood te sterven en zo een streep onder zijn leven te trekken. Daarmee verliest Vlaanderen en het gehele Nederlandse taalgebied zijn grootste schrijver.

In zijn romans, in zijn toneelstukken, in zijn gedichten - of het nu Het verdriet van België of De Oostakkerse gedichten betrof - houdt hij ons een spiegel voor van het leven. Een weliswaar hard, vaak meedogenloos beeld dat ons helpt te begrijpen wie we werkelijk zijn en waar onze lotsbestemming ligt. Ik ken niemand die niet onder de indruk kwam van de kracht van zijn woorden. Ik ken geen persoon die hem ontmoette waarop hij niet een onuitwisbaar spoor achterliet.

Hugo Claus was een begenadigde schrijver die de hemel uitdaagde, tot de ouderdom hem onherroepelijk polijstte tot een blok marmer waarop men oh zo graag steunen of rusten wil. Dat is wat ik meer dan tien jaar heb mogen doen.

Zijn kennis, zijn fenomenaal geheugen voor feiten en voor namen, van boksers en van filmsterren, van citaten van Montaigne tot gedichten van Apollinaire. Het bleef allemaal tot de laatste dag paraat en ongeschonden.

Maar beseffen dat men niet meer weet wat zich vijf minuten geleden heeft afgespeeld. De dag verwarren met de nacht. De ochtend, de middag, de avond niet meer van elkaar kunnen onderscheiden. Het glas wijn, de kop koffie die vanaf de rand van de tafel op de grond uiteenspat. Niet goed meer weten hoe men stappen moet, hoe de ene voet voor de andere te zetten. Dat is allemaal niet erg voor een schrijver. Dat zijn slechts pietluttige details.

Daar ging het hem dus niet om. Maar bijna niet meer in staat zijn woorden tot heldere frasen te kneden, de gepaste uitdrukkingen en metaforen te creëren, iets wat hem verdomme meer dan zestig jaar geen moeite had gekost, dat was - denk ik - een onontkoombare en ondragelijke kwelling geworden.

Als het waar is zoals hij ooit schreef dat 'woorden de kleren van de gedachten zijn' dan was hij nu naakt aan de wereld overgeleverd. Zonder bescherming. Zonder verweer. Zonder het wapen van zijn pen. 'J’écris, donc je suis' gold niet meer.

Het stemt me droef afscheid te moeten nemen van de meester. Want in ieder van zijn geschriften en gedichten was hij een (emotioneel) lichtbaken in onze duistere wereld. Maar anderzijds heb ik er ook vrede mee dat hij er zo over heeft beslist. Want hij is als een grote gloeiende ster van ons heen gegaan, precies op tijd, precies vooraleer hij tot een plomp zwart gat zou zijn ineengeklapt.

Het ga je goed in de nieuwe wereld, 'in de schoot van de lieve dood'.