De Olympische Spelen in China zijn een ideale gelegenheid om de toestand van de mensenrechten en het milieu aan te klagen. Het is niet de bedoeling om de spelen niet te laten doorgaan. Dat stelde minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht woensdagmiddag in de commissies Buitenlandse Zaken van Kamer en Senaat over het conflict in Tibet.
De minister pleitte er onder meer voor dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een houding aanneemt inzake de mensenrechten in China. Zoniet, zal de druk op de atleten om hun mening te geven enkel toenemen.

Guido de Bondt, secretaris-generaal van het Belgisch Olympisch Comité (BOIC), wees erop dat de boycots van Olympische Spelen in het verleden geen resultaat hebben gehad. Het BOIC heeft bepaald dat de Belgische atleten vrijheid van spreken hebben, maar wel niet in de Olympische sites. Atleten moeten zich volgens hem in de eerste plaats concentreren op hun sportieve prestaties, voegde hij er nog aan toe.

Olympisch kampioene en kamerlid Ulla Werbrouck (LDD) getuigde dat zij zich destijds vrij kon uitdrukken tijdens de Spelen, maar niet in het Olympisch dorp. Ze pleitte ervoor om IOC-voorzitter niet tot politieke uitspraken te dwingen.

Spirit-senator Geert Lambert pleitte voor een soort van ‘diplomatieke onschendbaarheid’ voor de atleten gedurende de spelen zodat ze hun mening zouden kunnen geven over de toestand in het land waar de spelen doorgaan.

Anne-Marie Lizin (PS) vroeg zich af of de Tibetanen niet met een eigen delegatie aan de Olympische Spelen zouden moeten kunnen deelnemen.

Minister De Gucht kon zich wel vinden in de stelling van zijn vroegere partijgenoot Jean-Marie Dedecker (LDD) dat het een beetje laf is om de atleten te gebruiken als spreekbuis om een mening te verkondigen. De Gucht vond het ook een goed idee om een parlementaire commissie naar Tibet te sturen om de situatie ter plaatse te gaan bekijken.