De versie van Jo Vandeurzen
Foto: Belga
Net zoals premier Yves Leterme woensdag deed, komt ook minister van Justitie Jo Vandeurzen met een relaas van de feiten zoals die zich volgens hem in het Fortis-dossier hebben afgespeeld. Hij benadrukt in een mededeling dat hijzelf en zijn beleidscel het proces Fortis slechts vanaf de zijlijn hebben opgevolgd.
Volgens Vandeurzen kreeg hij op vrijdag 12 december van het kabinet-Leterme te horen dat er sprake zou zijn van mogelijk procedurele onregelmatigheden in het proces. Daarop verwittigde Vandeurzen de procureur-generaal bij het Brusselse hof van beroep. De moeilijkheden zouden te maken hebben met een zitting dezelfde dag. De procureur-generaal liet echter weten dat er die dag helemaal geen zitting gepland was.

In de namiddag wordt Vandeurzen opgebeld door Jan De Groof, de CD&V’er en man van de vrouwelijke rechter - Christine Schurmans - die het arrest van het hof van beroep niet wilde ondertekenen. Vandeurzen wist naar eigen zeggen niet dat Schurmans de vrouw van De Groof was en rechter was in de Fortis-zaak.

’s Avonds meldde de procureur-generaal dat hij op zijn initiatief aan de eerste voorzitter van het hof van beroep heeft voorgesteld om een nieuw samengestelde kamer een arrest te laten maken. 'Deze optie werd blijkbaar niet weerhouden', stelt de CD&V-minister, die erop wijst dat er om 20.00 uur dan toch een arrest was.

Op Vandeurzens vraag gaven de procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep en de procureur-generaal van het Hof van Cassatie zaterdagochtend een mondeling relaas van de feiten. De eerste deelde toen mee dat hij ambtshalve een verslag zou opstellen over de handelingen die de raadsheren hebben gesteld en waarbij ze hun bevoegdheden overschrijden.

Aangezien Vandeurzen als minister van Justitie in deze procedure moet tussenkomen, verwittigde hij Leterme dat hij de besprekingen binnen de regering onmogelijk nog kon bijwonen. Vandeurzen verlaat ook altijd de vergaderingen van het kernkabinet wanneer het Fortis-dossier wordt aangesneden.

Maandag 15 december ontvangt Vandeurzen het rapport van de procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep. Tot nu toe heeft de minister hierover nog geen beslissing genomen.

Wat de procedure in eerste aanleg betreft, laat Vandeurzen weten dat zijn kabinetschef op 6 november contact heeft gehad met de procureur des konings Bruno Bulthé omdat de kabinetschef ervan uitging dat het openbaar ministerie zijn advies toen al had afgeleverd. Dat was echter nog niet het geval.

Van zijn adjunct kreeg de kabinetschef te horen dat hij over de middag een telefoontje had gekregen van substituut Paul Dhaeyer - die in eerste aanleg het advies van het openbaar ministerie afleverde - met de melding dat die zich niet op zijn gemak voelde na een contact dat hij had gehad met zijn ex-collega en nu raadgever op het kabinet-Leterme, Pim Vanwalleghem. Dhaeyer kreeg naar verluidt de raad kalm te blijven, zijn advies in alle onafhankelijkheid uit te brengen en zich niet te laten beïnvloeden.

'Ik benadruk dat mijn directeur het proces Fortis vanuit zijn functie niet van nabij volgt en op dat ogenblik niet besefte dat hij blijkbaar vlak voor de zitting inlichtingen vroeg bij de Procureur des Konings. Wie de gang van zaken kent, weet dat het heel gebruikelijk is dat een kabinet advies, inlichtingen, een vonnis of andere stukken opvraagt. Vaak is dat ook onontbeerlijk om correct op parlementaire vragen te kunnen antwoorden', stelt Vandeurzen nog.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig