De Brusselse kortgedingrechter zal op 22 juli beslissen of het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) kajakker Wouter D'Haene moet inschrijven voor de Olympische Spelen in Peking.
De atleet voldeed aan de IOC-selectievoorwaarden maar niet aan de strengere BOIC-criteria en mocht daarom niet mee. Volgens de advocaat van D'Haene mag het BOIC niet zomaar strengere normen opleggen.

Kajakker Wouter D'Haene haalde op het jongste EK in Milaan een zevende plaats, volgens de IOC-normen voldoende voor een olympische selectie. Het BOIC eiste echter twee zesde plaatsen op het EK en op een Wereldbekerwedstrijd. Omdat de kajakker die plaatsen niet haalde, werd hij niet opgenomen in de selectie voor de Olympische Spelen.

Ten onrechte, vindt zijn advocaat, meester Dimitri Dedecker. "Het BOIC gedraagt zich niet als een verantwoordelijk selectieheer", pleitte de advocaat voor de Brusselse kortgedingrechter. "D'Haene heeft met zijn zevende plaats op het EK een plaats voor een Belgisch kajakker op de Spelen veroverd en is de enige die voor die plaats in aanmerking komt. Strengere criteria gebruiken dan het IOC was nergens voor nodig. Die bijkomende criteria zijn ook strijdig met het vrij verkeer van diensten zoals het Europees recht dat voorziet. Enkel als ze nodig zouden zijn voor de organisatie van de Spelen, kunnen ze maar dat is hier niet het geval." "Als het BOIC toch eigen selectiecriteria zou willen gebruiken, moet het die ook objectief toepassen en dat gebeurt niet, aldus nog meester Dedecker. "Het BOIC zegt zelf dat het atleten kan delibereren en doet dat ook maar op basis van totaal onbekende argumenten."

D'Haene eist dan ook inschrijving voor de Spelen, op straffe van een dwangsom van 10.000 euro. Het BOIC is het daar hoegenaamd niet mee eens. "Wouter D'Haene kent de selectiecriteria van het BOIC sinds 2006 en had twee jaar om eraan te voldoen", zei meester Roosens voor het BOIC. "Maar gedurende heel 2007 heeft hij aan geen enkele wedstrijd deelgenomen. Pas nu hij in 2008 ziet dat hij de criteria niet haalt, gaat hij die in vraag stellen. Hij wist ook al op 2 juli dat hij niet bij de selectie was, en toch wacht hij nog twee weken om te dagvaarden. Het BOIC hanteert ook strengere criteria omdat het enkel atleten wil meenemen die kans maken op een finaleplaats."

Tenslotte kan de kajakker sowieso niet meer naar de Spelen, zelfs als de kortgedingrechter zijn inschrijving zou verplichten, ging meester Roosens verder. "België had vier plaatsen voor roeiers en kajakkers maar slechts twee atleten voldeden aan de criteria. De twee andere plaatsen zijn terug ter beschikking gesteld van de Internationale Kajakfederatie en die heeft ze aan Israël en Portugal gegeven. Zelfs als het BOIC hem zou inschrijven, is ervoor D'Haene geen plaats meer op de Spelen."

De kortgedingrechter zal dinsdagmiddag zijn oordeel vellen.