Het consumentenvertrouwen zakte afgelopen maand voor de vierde keer op rij, tot het laagste peil in bijna drie jaar. Gezinnen zijn vooral bang voor banenverlies.
De index die het consumentenvertrouwen meet, zakte van -11 tot -13. In de statistieken van de zwakste vertrouwensindexen van de voorbije tien jaar komt juli 2008 daarmee op de vijfde plaats.

Een negatief cijfer wijst op een meerderheid van pessimisten. Het consumentenvertrouwen wordt gemeten door de Nationale Bank. Zij organiseert daartoe maandelijks een bevraging van 1.600 Belgen.

De gezinnen zien blijkbaar tal van redenen om ongerust te zijn, want alle deelindexen verzwakten of staan op historisch lage niveaus. Het meest opvallend is de toenemende zorg van de ondervraagde Belgen over de stabiliteit van hun baan en van de werkzekerheid van mensen in hun onmiddellijke omgeving.

Die zorg heeft duidelijk te maken met de groeiende onrust over de algemene economische situatie, want er waren afgelopen maand nergens opvallende sociale conflicten of herstructureringen. In die algemene economische situatie hebben de 1.600 ondervraagde Belgen effectief geen goed oog. De deelindex die daarnaar peilt, zakte van een al erg zwakke -28 naar -31, het laagste peil sinds januari 1994, meer dan veertien jaar geleden dus.

Allicht spelen de sterk opgelopen inflatie en het verlies aan koopkracht dat daarmee gepaard gaat, een aanzienlijke rol in het gevoel van onzekerheid en onrust.

Ook de beursperikelen, die de afgelopen maanden vaak aanleiding gaven tot sombere gedachten, hebben de jongste weken weer volop gespeeld.

Toch stabiliseerde vreemd genoeg het vertrouwen van de gezinnen in het eigen spaarvermogen en verminderde de zorg van de financiële situatie zelfs wat, dat terwijl de inflatie opliep tot 5,7 procent, bijna de helft meer dan het gemiddelde van de eurozone.

Mogelijk raakte die zorg wat op de achtergrond omdat de vakbonden de jongste weken niet meer op straat kwamen om bescherming te eisen van de koopkracht.