BOGOTA - In Colombia zijn bij een bomaanslag en gevechten minstens twintig mensen omgekomen. In het zuiden van het land, in de voormalige gedemilitariseerde Farc-zone, zijn bij zware gevechten elf rebellen van de marxistische Colombiaanse revolutionaire strijdkrachten (Farc) en zes soldaten gedood, zo liet het leger weten. In Bogota verijdelde de politie een aanslag tegen de president.

Eerder waren er in de noordwesten van het land bij een bomaanslag door het Farc soldaten omgekomen en raakten zeven anderen gewond.

In de hoofstad Bogota heeft de politie naar eigen zeggen een moordaanslag door de Farc op de rechtse president Alvaro Uribe verijdeld. De rebellen zouden in het westen van de stad in een voertuig enkele kilo’s springstof hebben verstopt, maar de explosieven konden tijdig onschadelijk gemaakt worden, aldus procureur-generaal Camilo Osorio.

Intussen zijn drie vermoedelijke leden van de Ierse afscheidingsbeweging IRA, die ervan werden verdacht de Farc te hebben opgeleid om bommen te maken, veroordeeld tot 17 jaar celstraf. De Ieren waren in augustus 2001 opgepakt en na de vrijspraak in eerste instantie opnieuw in vrijheid gesteld. Het openbaar ministerie ging tegen die uitspraak in beroep en heeft nu dus gelijk gekregen.