Ariane-5 lanceert belangrijke spionagesatelliet voor België
Lancering van de Ariane 5 in 2004
PARIJS/BRUSSEL - Een krachtige Ariane-5 draagraket moet morgen vanop de basis Kourou in Frans-Guyana de Franse spionagesatelliet Helios IIA lanceren. België en Spanje participeren voor 2,5 procent.

Met volgnummer 165 vertrekt de 164ste Ariane om exact 17.26 uur Belgische tijd. Het betreft de twintigste Ariane-5, die sinds de mislukking van zijn opgewaardeerde versie in december 2002 nog steeds in zijn basisversie wordt ingezet door uitbater Arianespace.

De in totaal zes ton omvattende nuttige lading bestaat uit de 4,2 ton wegende Franse spionagesatelliet Helios IIA en zes kleinere kunstmaantjes, met name vier Essaim microsatellieten en de Parasol en Nanosat nanosatellietjes.

Gebouwd door de Europese satellietbouwer EADS Astrium en een reeks onderaannemers (onder wie Alcatel Space) is de Helios IIA en de tegen 2008 te lanceren evenknie Helios IIB min of meer een militaire zustersatelliet van de civiele Spot-5 aardobservatiesatelliet waarin België eveneens participeert. De officiële resolutie bedraagt minder dan een meter, wat betekent dat het tuig van het Franse ministerie van defensie dingen kleiner dan een auto kan zien uit zijn polaire baan op 700 km hoogte.

De Helios IIA beschikt over een infrarood instrument zodat het ook ’s nachts en door de wolken heen kan turen. De satelliet trekt veertien baantjes per dag zodat zij minstens één keer per dag hetzelfde punt overvliegt. Per dag maakt de kunstmaan ongeveer 100 foto’s.

Dankzij zijn participatie van 79 miljoen euro globaal en drie miljoen euro per jaar voor de exploitatie, heeft België recht op 18 minuten exclusieve waarnemingstijd per dag. De Belgische Krijgsmacht kan op die manier, tot 2012, eigen accenten leggen, zoals het bekijken van het Gebied rond de Grote Meren in Afrika of plaatsen waar Belgische troepen op vredesmissie zijn.

Vanaf het einde van de jaren tachtig groeide bij het Belgisch leger de interesse voor de mogelijkheden die ruimtevaart biedt. Via de West-Europese Unie konden Belgen werken in een satellietcentrum in het Spaanse Torrejon de Ardoz. Maar stilaan groeide het besef dat België best over een eigen verwerkingscentrum zou beschikken.

Zodoende werd er een militair verwerkingscentrum voor satellietbeelden ingeplant in Evere. Het omvat ontvangstapparatuur, toestellen voor programmatie, beeldverwerking en -interpretatie en de bijhorende software. Het functioneert al twee jaar en ,,oefende'' met beelden van Spot-5 en Amerikaanse civiele aardobservatiesatellieten.

Er werkt een veertigtal mensen, onder wie analisten en vier officieren die de klok rond de ,,Belgische'' programmatie verrichten van de Helios IIA. Gehoopt wordt binnen de twee weken de eerste beelden te krijgen. De satelliet moet na alle tests voorjaar 2005 operationeel zijn.

De Helios IA en de Helios IB zijn in juli 1995 en december 1999 gelanceerd. De Helios I en II programma’s ontstonden uit de Europese wil om niet exclusief van de Amerikanen afhankelijk te zijn voor het vergaren van inlichtingen vanuit de ruimte. De vier eveneens door Astrium gebouwde Essaim-microsatellieten moeten de haalbaarheid aantonen van een detectie vanuit de ruimte van elektromagnetische zenders en moeten de performantie van zo’n systeem evalueren.

De Parasol van het Franse ruimtevaartbureau CNES doet klimatologisch-ecologisch onderzoek en de Nanosat van het Spaanse onderzoeksinstituut INTA is een technologische demonstratiesatelliet.

De Helios moet een uur na lift-off vrijkomen uit de nok van de Ariane-5. Binnen een tijdsspanne van acht minuten volgt dan de rest.