BRUSSEL - Narcistisch, rancuneus en klaar om te sterven. Een poging tot kijk in de geest van de massamoordenaar.
Hoe komt het dat een doodgewone man van de ene dag op de andere besluit een bloedbad aan te richten? Het meest eerlijke antwoord kwam gisteren waarschijnlijk van Alan Langlieb, directeur van de psychiatrie-afdeling van de Johns Hopkins University in Batimore. ,,Op die vraag is geen antwoord’’, zei hij gisteren aan het persbureau afp. ,,Het is nog altijd niet duidelijk wat er precies knapt. Daarvoor is het menselijk gedrag te complex.’’

,,Zo’n gedachte schiet meestal niet plots in het hoofd van de dader’’, zegt gerechtspsychiater Roger Deberdt. ,,Aan zo’n rancuneuze daad gaat een incubatieperiode vooraf.

,,Het is dus onmogelijk op voorhand vast te stellen wie zal doorslaan en hij dat zal doen. ,,Natuurlijk zijn er mensen met een verhoogd risico’’, zegt majoor Erik De Soir van het stress- en traumacentrum van de Koninklijke Militaire School. ,,Maar daarvoor zou je iedereen op voorhand moeten testen en natuurlijk wordt niet elke student op voorhand gescreend. Gelukkig maar zou ik zeggen. En zelfs bij de ‘risicogevallen’ is het niet te voorspellen wat de ‘trigger’ is die iemand doet doorslaan.’’

,,Op de verkeerde dag het ‘juiste’ wapen en een ‘juiste’ samenloop van omstandigheden en je hebt een catastrofe’’, zegt Langlieb.

Ook de Amerikaanse geheime dienst kwam tot de conclusie dat er geen accuraat profiel geschetst kan worden van studenten die betrokken raken bij schoolgeweld. Ze kwam tot dat besluit na de studie van 37 geweldincidenten waarbij 41 studenten betrokken waren.

Zeer weinig van die daders hadden slechte scholresultaten. Twee derde had voordien nooit problemen gehad op school. Ook hun vriendschapsrelaties waren niet afwijkend. 40 procent van de schutters waren ‘doorsnee’-studenten, maar een derde stond wel gecatalogeerd als ‘eenzaten’. De meeste van de daders hadden ook geen geschiedenis van geweld, maar driekwart voelde zich wel bedreigd, gepest, of gekwetst door anderen. De grote meerderheid had voordien een ‘groot verlies’ ervaren.

Depressie, narcisme, gebrek aan empathie en vertrouwen in anderen zijn dan weer kenmerken die uit een FBI-studie naar voren komen. ,,Vaak gaat het terug naar een slechte kind-ouder-relatie’’, zegt De Soir. ,,Ze hebben het gevoel van verworpen te zijn door de moeder en in een daad van uiterste wanhoop, frustratie of verworpenheid plegen ze de daad. darbij projecteren ze alle kwaad op de samenleving en alle goed op zichzelf.

,,Het zijn zeker narcistische persoonlijkheden’’, zegt strafpleiter Jef Vermassen. ,,Ze voelen zich onrecht aangedaan en iedereen zal ervoor boeten. En ze richten op de biotoop die ze het best kennen. Voor studenten is dat de school, de medestudenten en meestal ook de docenten.’’

,,Ze zijn ook allemaal bereid om te sterven. Ze willen immers niet gestraft worden voor de daad die ze stellen en daarom plegen ze allemaal zelfmoord en zorgen ze ervoor dat ze doodgeschoten worden.