De Nederlander Robbie Rensenbrink is de beste buitenlander die ooit op de Belgische voetbalvelden te zien was. Dat blijkt uit een rondvraag die Sport-Voetbal Magazine deed bij Belgische trainers- en ex-trainers. Het weekblad wijdt woensdag zes pagina's aan de buitenlanders in de Belgische competitie.
De Kongolezen Paul Bonga Bonga (Standard) en Léon Mokuna (AA Gent) waren in de jaren zestig de eerste buitenlanders in onze competitie. Sindsdien passeerden er naar schatting zo'n 1.500 de revue. Sommigen groeiden uit tot wereldsterren, anderen verdwenen roemloos uit het geheugen. Sport-Voetbal Magazine stelde een lijst op van de beste zestig onder hen, alfabetisch gerangschikt van de Duitse spits Erwin Albert (Beveren) tot de Zweedse tweevoudige goudenschoenwinnaar Pär Zetterberg (Anderlecht).

Uit die zestig namen mocht een jury van tien trainers en ex-trainers (Georges Heylens, Frank Dury, Robert Waseige, Jan Ceulemans, Hugo Broos, Georges Leekens, Aimé Anthuenis, Paul Van Himst, Michel Preud'Homme en Wilfried Van Moer) de beste tien kiezen. Rensenbrink kwam zonder verrassing als nummer een uit de bus. De spits van Anderlecht kreeg unaniem tien stemmen achter zijn naam. Rensenbrink haalde het voor twee andere Anderlecht-grootheden. Pär Zetterberg kon alleen niet op de stem van zijn voormalige trainer Hugo Broos rekenen en werd met negen op tien tweede. De Spanjaard Juan Lozano (8/10) deelt de derde plaats met twee Nederlanders: Simon Tahamata (Standard) en Johan Boskamp (RWDM). Jan Köller (Tsj/Anderlecht), Wlodzimierz Lubanski (Pol/Lokeren) en Jan Mulder (Ned/Anderlecht) kregen zes bolletjes achter hun naam, Arie Haan (Ned/Anderlecht en Standard), Preben Larsen-Elkjaer (Den/Lokeren) en Morten Olsen (Den/Cercle Brugge, RWDM, Anderlecht) vijf. De hoogst gerangschikte van de huidige generatie is de Portugees Sergio Conceiçao (Por/Standard), die de de steun van Heylens, Preud'Homme en Van Moer kreeg.

Rensenbrink, die dit jaar zestig wordt, arriveerde in 1969 op 22-jarige leeftijd in België. Hij speelde twee seizoenen voor Club Brugge, alvorens bij Anderlecht aan de slag te gaan. Van 1971 tot 1980 veroverde hij met paarswit twee titels (1972, 1974), vier bekers (1972, 1973, 1975, 1976), twee keer de Europese beker voor bekerwinnaars (1976, 1978) en twee keer de Europese Super Cup (1976, 1978). In 1973 werd hij topscorer (samen met Alfred Riedl), in 1976 kreeg hij de Gouden Schoen.