,,Opvang Iraakse vluchtelingen is taak van iedereen''
Foto: ap
GENÈVE - De buurlanden van Irak en andere landen wereldwijd moeten de last van de opvang van Iraakse vluchtelingen gezamenlijk dragen.
Dat heeft secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon dinsdag in een videoboodschap gezegd tegen meer dan 450 deelnemers aan een conferentie van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR over de Iraakse vluchtelingenproblematiek.

,,Voor de buurlanden betekent dat het openhouden van de grenzen, voor andere landen het verlenen van asiel aan vluchtelingen of het bieden van andere vormen van bescherming'', aldus Ban.

De secretaris-generaal prees Jordanië en Syrië voor hun inzet ten aanzien van de opvang van Irakezen tot dusver, maar hij zei dat die landen in toenemende mate moeite hebben om de vluchtelingen te voorzien van een basaal niveau aan gezondheidszorg en onderwijs.

Volgens de UNHCR zijn inmiddels ongeveer twee miljoen Irakezen naar het buitenland gevlucht, een deel van hen al voor de val van het regime van Saddam Hussein in 2003.

Nog eens een kleine twee miljoen zijn binnen Irak ontheemd geraakt, veelal op de vlucht geslagen voor het toegenomen sektarische geweld tussen soennitische en sjiitische moslims. Vorig jaar zijn 730.000 mensen in Irak hun huizen ontvlucht en hebben elders in het land, veelal in vluchtelingenkampen, een veiliger heenkomen gezocht.

In Jordanië, met een populatie van 5,5 miljoen, is door de komst van 750.000 Irakezen de bevolking met maar liefst 14 procent toegenomen. De autoriteiten daar hebben de verstrekking van verblijfsvergunningen inmiddels aan banden gelegd.

In Syrië zijn ongeveer een miljoen Irakezen neergestreken, van wie velen in het illegale arbeidscircuit uitgebuit worden, aldus de vluchtelingenorganisatie.

Ondertussen gaat de exodus uit Irak onverminderd door. Elke maand verlaten tot wel vijftigduizend mensen het land, op zoek naar een beter bestaan elders. VN-vluchtelingencommissaris Antonio Guterres sprak dinsdag van de ergste vluchtelingencrisis in het Midden-Oosten sinds Palestijnen na het uitroepen van de staat Israël in 1948 op de vlucht sloegen.