Overlevenden en reddingswerkers van de aardbeving in Haïti zijn zondagavond rond 19.30 uur met 106 in totaal op de luchthaven van Melsbroek geland. Familie en collega’s wachtten hen vol ongeduld op, om hen daarna opgelucht in de armen te sluiten.

Ministers van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom en van Defensie Pieter De Crem waren op de luchthaven aanwezig om de passagiers van het toestel te verwelkomen. Die werden ook opgewacht door familie en vrienden.

Het toestel bracht 22 leden van het Urban Search And Rescue (USAR)-team naar België terug. Die waren met het B-Fast-noodhulpteam naar Haïti getrokken om daar onder het puin te zoeken naar slachtoffers van de aardbeving.

Aan boord van de Airbus waren ook verschillende Belgen en buitenlanders die de ramp in Haïti hadden meegemaakt en met het vliegtuig van het Belgische leger geëvacueerd werden. Twee van hen waren lichtgewond, de anderen hadden geen medische assistentie nodig.

De leden van het USAR-team waren onder de indruk van wat ze in het land gezien hebben maar zijn ook tevreden over het werk dat ze hebben kunnen leveren.

'Ergste dat ik ooit gezien heb'

'Het was het ergste dat ik ooit gezien heb', zegt Rik Telamon, teamleider van het USAR-team. 'Sommige delen van de steden zijn volledig vernield en de armoede is er enorm. Bovendien is het er allesbehalve veilig, en niet alleen omwille van de aardbeving.'

Het USAR-team bestaat uit leden van de brandweer en Civiele Bescherming die gespecialiseerd zijn in het vinden van mensen onder puin. Zo kon het team van Rik Telamon een vrouw van onder het puin halen wiens been ter plekke moest geamputeerd worden. 'Om dat soort mensen levend te vinden, was het wel noodzakelijk dat we daar snel na de ramp waren. Dan konden we ook snel aan het werk gaan. Dat we zo snel, vijf dagen na de ramp, al terug zijn, is niet erg. Op dit moment kunnen we daar nog weinig doen, hoe langer het duurt, hoe kleiner de kans dat er nog overlevenden gevonden worden. Ons werk was grotendeels gedaan.'

'Verschrikkelijke stank van de dood'

Het ergste op Haïti in de dagen van de aardbeving van 12 januari, was de allesoverheersende lijkengeur, of de stank van de dood, zoals de Belgische Christiane Pensis het omschrijft. De 72-jarige vrouw verbleef in haar vakantiewoning in de buitenwijken van Port-au-Prince toen de aarde beefde. Zijzelf en vier gezinsleden, onder wie een baby, zijn ongedeerd maar één van haar bedienden raakte zwaargewond.

'We hoorden de aardbeving en zijn allemaal naar de kamer van de baby gelopen', getuigt de bejaarde vrouw. 'Die was het kortst bij de uitgang. Dat is waarschijnlijk onze redding geweest toen een deel van de woning het begaf. Eén van de bedienden raakte zwaargewond en moest in allerijl geopereerd worden. Zij maakt het nu beter maar voor de dokters is het verschrikkelijk om te werken, de ene gewonde na de andere in ziekenhuizen die amper uitgerust zijn.'

‘Ik ben er nog’

Joris Willems (32) uit Mortsel werkt al enkele jaren als communicatieverantwoordelijke voor een partnerorganisatie van Broederlijk Delen. ‘Ik stond op het dak op het moment van de aardbeving en werd tegen de grond gesmeten. Ik hoorde mensen krijsen en gebouwen vallen. Maar ik herinner me vooral de enorme hoeveelheid stof.’ Willems kon vrij snel familie en vrienden op de hoogte brengen. ‘Eerst kreeg ik een sms’je’, zegt vader Dries. ‘Ik ben er nog, stond er. Daarna konden we zelfs even bellen via Skype. Gelukkig zijn ook de meeste van Joris’ vrienden ongedeerd.’

Gered door stalen ladekast

Wouter De Weerdt werkt voor de Verenigde Naties in Haïti. In het hoofdkwartier van de organisatie is hij op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt. ‘We kregen niet de minste waarschuwing. Veel tijd om na te denken was er niet toen de grond beefde. Gelukkig was het niet mijn eerste beving’, zegt hij.

Ik kroop onder mijn bureau. Na het beven merkte ik dat de stalen ladekasten me gered hadden. Boven me lagen tonnen en tonnen beton. Ik had nog geluk, want ik zat dichtbij de buitengevel. Daardoor hebben VN-militairen uit Jordanië me kunnen redden.’

Aantal vermiste landgenoten blijft op drie

Volgens het crisiscentrum van Buitenlandse Zaken zijn er intussen 160 Belgen in Haïti gelokaliseerd. Van die 160 hebben er 74 Haïti al kunnen verlaten. In totaal heeft het crisiscentrum 247 dossiers geopend. Vier landgenoten zijn gewond. Het aantal Belgen dat men nog niet heeft kunnen lokaliseren ligt intussen op 87. Van die 87 zijn er 3 officieel vermist. Over de 84 anderen is er 'ontoereikende informatie om hen te lokaliseren', luidt het.

Iedereen die vragen heeft of informatie kan aanbrengen over Belgen in Haïti, wordt gevraagd het crisiscentrum van Buitenlandse Zaken te contacteren op het nummer 02/501 40 00 (Ndl) of 02/501 40 01