Een pleister die de behandeling van patiënten met de ziekte van Alzheimer kan vereenvoudigen, wordt vandaag op een medisch congres in Zeist, Nederland voorgesteld.
De pleister, die een geneesmiddel via de huid afgeeft, moet dagelijks op een andere plek van het lichaam worden geplakt. Het belangrijkste voordeel van deze behandeling is dat patiënten minder bijwerkingen ondervinden dan bij een pil. Verder is het gebruik van de pleister handig voor het verplegend personeel, omdat met zekerheid kan worden vastgesteld dat het geneesmiddel werd gebruikt.

De pleister verspreidt het geneesmiddel rivastigmine gelijkmatig in het lichaam, waardoor een gelijkmatige dosering mogelijk is. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat misselijkheid en braken bij patiënten die een pleister kregen met twee derde afnamen. Driekwart van de onderzochte patiënten gaf dan ook de voorkeur aan een pleister.

Paul Dautzenberg, klinisch geriater bij het Jeroen Boschziekenhuis in Den Bosch, denkt dat de pleister een doorbraak kan zijn. Momenteel worden niet meer dan acht procent van de Nederlanders met Alzheimer behandeld. ‘Dat moet omhoog, naar vijftig tot zestig procent. We doen het slechter dan een land als Bulgarije. Veel artsen denken dat het middel erger is dan de kwaal, omdat niet te voorspellen is wie bijwerkingen krijgt.’

De ziekte van Alzheimer is een hersenaandoening die eerst het geheugen aantast en daarna het vermogen om dagelijkse werkzaamheden uit te voeren, belemmert. Een op de tien personen ouder dan 65 jaar lijdt aan deze ziekte. Na hart- en vaatziekten en kanker is Alzheimer de derde voornaamste doodsoorzaak.